
Nederlandse huishoudens besteden gemiddeld 7 à 8 procent van hun besteedbaar inkomen aan energie- en brandstofkosten. Ondanks de sterke stijging van energieprijzen sinds 2019 is de betaalbaarheid van energie volgens TNO gemiddeld niet structureel verslechterd.
Nieuwe studie
Hogere kosten zijn grotendeels gecompenseerd door inkomensgroei en energiebesparing. Uit een scenarioanalyse blijkt dat wanneer huishoudens hun woning isoleren en overstappen op elektrisch rijden, de energie- en brandstofkosten juist dalen.
Zelfs bij langdurig hogere energieprijzen komt de energiequote, het aandeel van het inkomen dat aan energie wordt besteed, dan gemiddeld lager uit dan in de huidige situatie. Dit alles blijkt uit een nieuwe TNO-studie naar de betaalbaarheid van energie voor huishoudens in de periode 2019-2024, en bouwt daarmee voort op eerder TNO-onderzoek naar de impact van prijsschokken op de energiekosten van huishoudens.
Perspectief over 5 jaar
TNO analyseert in de studie de betaalbaarheid van energie voor Nederlandse huishoudens en kijkt naar de ontwikkeling van zowel energie- als brandstofkosten over de periode 2019-2024, afgezet tegen de ontwikkeling van inkomens.
‘Door de ontwikkeling van de energiequote over een langere periode te analyseren, van 2019 tot en met 2024, plaatsen we de huidige situatie in het perspectief van zowel de energiecrisis van 2022 en 2023 als de periode van relatief lage en stabiele energieprijzen daarvoor’, licht Peter Mulder, hoofdauteur van de studie, toe. ‘In ons onderzoek combineren we energiekosten voor de woning en brandstofkosten van autogebruik in één integraal betaalbaarheidsbeeld. Daarnaast onderzoeken we in welke mate veranderingen in respectievelijk energieprijzen, energieverbruik, energiebelasting en inkomensontwikkeling verantwoordelijk zijn voor veranderingen in de betaalbaarheid van energie tussen 2019 en 2024.’
Besparing en inkomensgroei
De studie laat zien dat huishoudens, afhankelijk van autobezit, gemiddeld 7 à 8 procent van hun besteedbaar inkomen besteden aan energie- en brandstofkosten. ‘Met uitzondering van piekjaar 2022 vertoont deze totale energiequote geen duidelijk stijgende trend tussen 2019 en 2024’, duidt Mulder. ‘Hoewel de energie- en brandstofkosten in deze periode sterk toenamen, werd dit grotendeels gecompenseerd door energiebesparing en inkomensgroei.’
Bij huishoudens met hogere inkomens vangt energiebesparing de hogere energiekosten grotendeels op. Voor lagere inkomensgroepen is juist inkomensgroei, inclusief de verhoging van de energiebelastingteruggave, relatief belangrijker voor de betaalbaarheid van energie.
Grote verschillen
Huishoudens in de laagste inkomensgroep zijn gemiddeld ongeveer 3 keer zoveel kwijt aan energie- en brandstofkosten als huishoudens in de hoogste inkomensgroep. Huishoudens buiten de Randstad besteden gemiddeld een groter deel van hun budget aan energie en brandstof dan huishoudens binnen de Randstad, onder meer door gemiddeld lagere inkomens, grotere woningen, lagere dichtheid van voorzieningen en een grotere afhankelijkheid van de auto.
Een belangrijke verklaring voor verschillen in energiekosten is de energetische kwaliteit van woningen. Huishoudens in woningen met een slechte energetische kwaliteit betalen door hun hogere gasverbruik ook meer energiebelasting dan vergelijkbare huishoudens in energiezuinige woningen. In 2023 liep dit verschil op tot gemiddeld 1.000 euro per jaar bij hoge inkomens en 670 euro per jaar bij lage inkomens.
Verduurzaming
Gerichte verbetering van slecht geïsoleerde woningen kan daarom volgens TNO een effectief alternatief zijn voor een generieke verlaging van energiebelastingen. Daarbij vraagt vooral de commerciële huursector aandacht, omdat daar relatief veel woningen met een slechte energetische kwaliteit voorkomen. Ook de sociale huursector verdient aandacht, omdat lage inkomens daar sterk vertegenwoordigd zijn.
In een scenarioanalyse berekent TNO hoe verduurzaming van de woningvoorraad en het wagenpark de betaalbaarheid beïnvloedt bij verschillende energieprijzen. ‘Uit onze analyse blijkt dat verduurzaming een grotere invloed heeft op de energierekening van huishoudens dan de verschillen tussen de onderzochte energieprijsscenario’s’, zegt Mulder. ‘Wanneer huishoudens hun woning isoleren en overstappen op elektrisch rijden, dalen de jaarlijkse energie- en brandstofkosten in alle onderzochte scenario’s. Zelfs bij langdurig hogere energieprijzen komt de energiequote gemiddeld lager uit dan in de huidige situatie.’
Niet automatisch eerlijk verdeeld
Daarmee biedt verduurzaming volgens TNO een structureler antwoord op betaalbaarheidsproblemen dan het compenseren van hoge energieprijzen. Inkomenssteun en prijscompensatie kunnen nodig zijn om kwetsbare huishoudens tijdelijk te beschermen, maar verminderen niet de onderliggende afhankelijkheid van fossiele energie. Woningisolatie en elektrificatie van mobiliteit doen dat wel.
Tegelijkertijd signaleert TNO dat de mogelijkheden om te verduurzamen ongelijk verdeeld zijn. Huishoudens met hogere inkomens profiteren nu vaker van elektrisch rijden, omdat zij vaker een auto bezitten, meer kilometers rijden en sneller overstappen op elektrische voertuigen. Lagere inkomens wonen vaker in situaties waarin de energiekosten voor de woning relatief zwaar wegen, en hebben minder financiële ruimte om zelf te investeren. Zonder aanvullend beleid kan de energietransitie daardoor leiden tot grotere verschillen tussen huishoudens die wel en niet kunnen verduurzamen.
Afhangen van snelheid
‘De centrale beleidsvraag omtrent de betaalbaarheid van energie verschuift daarmee van het compenseren van hoge energierekeningen naar het toegankelijk maken van verduurzaming voor alle huishoudens’, besluit Mulder. ‘Op de lange termijn zal de betaalbaarheid van energie waarschijnlijk minder afhangen van de hoogte van energieprijzen, en meer van de snelheid waarmee huishoudens hun woning en mobiliteit kunnen verduurzamen.’
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.