
De Vlaamse Nutsregulator (VNR) heeft 2 besluiten genomen die de technische reglementen voor het stroomnet aanpassen aan het kader voor flexibele aansluitingsovereenkomsten (FAO). Beide besluiten volgen op een openbare consultatie waarin onder meer brancheorganisatie ODE, waar PV-Vlaanderen onderdeel van is, uitgebreide kritiek leverde. Op 2 belangrijke punten krijgt de organisatie nu gelijk, op veel andere punten niet of volgt een beslissing pas later.
Grenstelecontrole blijft staan
Fluvius mag de ondergrens voor verplichte telecontrole bij een flexibele aansluitingsovereenkomst niet verlagen van 250 naar 100 kilovoltampère, zoals eerder werd voorgesteld. De VNR erkent dat zo’n verlaging verregaande gevolgen zou hebben, terwijl de noodzaak ervan onvoldoende is aangetoond. De grens van 250 kilovoltampère die afgelopen maart werd vastgelegd, blijft dus overeind.
Dat raakt ook het tijdelijke Fall-Back Flex-product: bestaande overeenkomsten onder 250 kilovoltampère moeten opnieuw worden beoordeeld, waarbij in beginsel alsnog een vaste aansluiting moet worden aangeboden. Nieuwe Fall-Back Flex-contracten onder die grens mogen niet meer worden gesloten.
Weinig beweging bij caps
Op andere punten haalt ODE minder uit de bus. De organisatie wilde dat een netbeheerder bij overschrijding van de contractuele grenzen, de zogenoemde caps, standaard marktgebaseerde flexibiliteit inkoopt in plaats van installaties technisch af te regelen. Dat voorstel is niet overgenomen: technische modulatie tegen een gereguleerde vergoeding blijft mogelijk. Productie-installaties en batterijen krijgen daarbij een vergoeding volgens een vaste formule uit het Energiebesluit, terwijl Fluvius en Elia voor verbruiksinstallaties nog aparte compensatieregels moeten uitwerken.
Marktgebaseerde flexibiliteit krijgt wel voorrang zodra een netinvestering kan worden uitgesteld, en netbeheerders moeten voortaan minstens jaarlijks marktvragen organiseren in congestiegebieden. Een harde maximumtermijn voor overschrijding van de contractduur, zoals ODE vroeg, komt er niet. Wel mag de geschatte looptijd van een contract nooit naar boven worden bijgesteld, en schrapt de VNR een aparte, onwerkbaar gebleken regel voor ‘significante vertraging’ van een netinvestering volledig.
Voorwaarden iets soepeler
Op het vlak van investeringsvoorwaarden krijgt ODE eveneens een belangrijke tegemoetkoming. De organisatie vond dat een concrete uitvoeringstermijn voor een netinvestering vaak te laat werd toegekend, omdat die pas gold zodra de investering formeel was opgenomen in het gedetailleerde netwerkmodel. De VNR schrapt die directe koppeling: een concrete termijn mag voortaan al worden vastgesteld zodra de netbeheerder een concrete einddatum kent, en opname in het netwerkmodel wordt alleen nog het allerlaatste moment waarop dat sowieso moet gebeuren.
Ook mag het eerstvolgende investeringsplan tijdelijk volstaan met een bevestigde investeringsnood als de precieze oplossing nog wordt onderzocht, mits het daaropvolgende plan die nood omzet in een concrete investering of een uitgewerkt alternatief. Een ander kritiekpunt van ODE, een vaag criterium over een dwingende wettelijke verplichting inzake energie- en milieubeleid voor een aparte categorie aanvragers, kon de VNR niet scherp genoeg definiëren en is daarom helemaal geschrapt.
Contract nog onvolledig
Voor de financierbaarheid van projecten wilde ODE dat het aansluitingscontract vooraf een volledig worstcasescenario mogelijk maakt, bijvoorbeeld met vaste tijdvensters waarbinnen flexibiliteit kan worden ingezet. Het modelcontract dat de netbeheerders nog moeten opstellen, moet in elk geval afspraken bevatten over aansturing en modulatie, communicatie, meting, financiële afwikkeling, boetes en aansprakelijkheid, rapportage over daadwerkelijke modulaties en de mogelijkheid tot herberekening van vermogen, volumes of looptijd.
Ook moet een aanvrager bij de netaansluitingsstudie al zicht krijgen op het vaste en flexibele vermogen per tijdsblok, de verwachte gemoduleerde volumes en de verwachte datum waarop de volledige vaste aansluiting beschikbaar komt. Een vaste set tijdvensters, een maximumaantal modulaties of een gegarandeerd worstcasescenario schrijft het reglement echter niet voor, waardoor financiers voorlopig niet de volledige zekerheid krijgen die ODE vroeg.
Geen vaste tijdsblokken
Ook bij de capaciteitskaarten, die tonen waar op het net nog ruimte is, krijgt ODE deels gelijk. De kaarten moeten meer details kennen en daarom ook lopende marktvragen en aanbiedingen voor permanente flexibele aansluitingen tonen. De door ODE gevraagde vaste indeling in 4 tijdsblokken, ochtendpiek, dag, avondpiek en nacht, is echter niet verplicht gesteld. Wel moet een netaansluitingsstudie voortaan aangeven hoeveel vast en flexibel vermogen per tijdsblok beschikbaar is.
Voor de volgorde waarin flexibiliteitsmaatregelen bij dreigende overbelasting worden ingezet, blijft het bij de criteria toepassingsgebied, impact op het overbelaste netelement en maatschappelijke efficiëntie; het door ODE bepleite last-in-first-outprincipe ontbreekt. Voor de permanente flexibele aansluitingsovereenkomst (FAO), bedoeld als structureel alternatief voor een netinvestering, komt er een vrijwillig traject met stakeholdersoverleg en publieke raadpleging, waarbij de vergoeding marktgebaseerd via een biedingsproces wordt bepaald en rekening wordt gehouden met de geldende nettarieven.
Nog niet uitvoeringsklaar
Beide besluiten leggen vooral het juridische raamwerk vast. Fluvius krijgt 10 maanden om de compensatieregels, de FAO-methodologie en het modelcontract uit te werken, en 12 maanden voor het bredere afwegingskader tussen netinvesteringen en flexibiliteit. Voor het plaatselijk vervoernet krijgt Elia 6 maanden de tijd voor vergelijkbare documenten. Al die stukken moeten opnieuw publiek worden geconsulteerd, waardoor de operationele details voor projectontwikkelaars pas in een volgende ronde volgen.
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.