
Voor een gemiddeld huishouden – met een verbruik van 3,5 megawattuur elektriciteit en 17 megawattuur aardgas per jaar – daalt de elektriciteitsfactuur vanaf 2028 op jaarbasis met 80 euro exclusief btw. De gasfactuur stijgt met precies hetzelfde bedrag. Inclusief btw gaat het om 84,80 euro aan weerszijden.
316,9 miljoen euro lastenverschuiving
Omgerekend per eenheid energie daalt de prijs van elektriciteit met 22,90 euro per megawattuur, terwijl aardgas 4,70 euro per megawattuur duurder wordt en stookolie 3,40 euro per megawattuur. Gezinnen die minder aardgas verbruiken dan dit doorsneeniveau, gaan er per saldo op vooruit.
In totaal verschuift zo’n 316,9 miljoen euro aan lasten van de elektriciteitsfactuur naar de fossiele energiefactuur. Daarbovenop verlaagt Vlaanderen de stroomfactuur nog eens met 174,6 miljoen euro per jaar, gefinancierd uit de teruggave van inkomsten uit het tweede Europese emissiehandelssysteem (ETS2), dat vanaf 2028 ook de uitstoot van de verwarming van gebouwen beprijst. Daardoor blijft de hervorming budgetneutraal voor huishoudens met een gemiddeld verbruik.
Doel: prijsverhouding naar 2,9
De maatregel moet de prijsverhouding tussen elektriciteit en aardgas voor gezinnen laten dalen van gemiddeld 4,1 nu naar 2,9 in 2030, het niveau dat Vlaanderen eerder al vooropstelde in zijn geactualiseerde klimaatplan.
De redenatie is dat hoe kleiner het prijsverschil tussen stroom en fossiele brandstof, hoe eerder een warmtepomp voordeliger uitvalt dan een gasketel, ook over de volledige levensduur bekeken. De taxshift sluit aan bij het onlangs gepresenteerde actieplan voor warmtepompen, waarin Vlaanderen eerder al 25 maatregelen aankondigde om de uitrol te versnellen.
Uitzondering zware industrie
Niet alle bedrijven voelen de verschuiving. Voor fossiele brandstoffen die worden gebruikt om processen te verhitten tot 1.000 graden Celsius of meer, geldt de nieuwe heffing niet. Energie-intensieve bedrijven met hoogovens of vergelijkbare installaties, zoals ArcelorMittal in Gent, vallen daardoor buiten de quotumplicht.
Ook blijft een deel van de huidige lasten gewoon op de elektriciteitsfactuur staan: de kosten voor de minimale steunverplichting voor groenestroomcertificaten verschuiven niet mee naar gas. Minister Depraetere geeft zelf aan dat ze met de taxshift alles uit de elektriciteitsfactuur haalt wat juridisch mogelijk is.
Kritiek van Inspectie Financiën
De Inspectie van Financiën gaf een gunstig maar kritisch advies over het voorstel. Volgens de begrotingswaakhond moet de taxshift worden gezien als een tussenstap: voor de prijsverhouding die energieregulator VREG nodig acht om investeringen in warmtepompen maximaal rendabel te maken, is een structurelere verlaging van de elektriciteitskosten nodig, bijvoorbeeld via de nettarieven. Ook noemt de Inspectie het een ‘gemiste kans’ dat de renovatieverplichting niet wordt versterkt en gekoppeld aan warmtepompinvesteringen, zodat meer gezinnen van de hervorming zouden profiteren.
Het voorontwerp van wijzigingsdecreet, dat het Energiedecreet en het decreet over de Vlaamse Nutsregulator aanpast, gaat nu voor advies naar de Vlaamse Nutsregulator, de Vlaamse Toezichtcommissie (VTC), de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (Minaraad).
|
Ook energiepremies verhuizen mee De Vlaamse Regering heeft ook een besluit principieel goedgekeurd dat het Energiebesluit wijzigt, samen met het besluit over het uniek loket voor woon- en energiepremies en het Besluit Vlaamse Codex Wonen 2021. Daarmee verschuiven de openbaredienstverplichtingen (ODV’s) voor rationeel energiegebruik, zoals de dakisolatiepremie voor huurwoningen en energiescans, van de elektriciteitsdistributienetbeheerders naar de aardgasdistributienetbeheerders. Voor de burger verandert er in de praktijk weinig: bij netbeheerder Fluvius behandelen dezelfde medewerkers de dossiers, ongeacht welke netbeheerder er formeel verantwoordelijk voor is. Premie-aanvragen die voor 1 januari 2028 al liepen, blijven een verantwoordelijkheid van de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Latere aanvragen vallen onder de aardgasdistributienetbeheerder. Het besluit treedt in werking op 1 januari 2028, met uitzondering van een aantal rapportageverplichtingen die pas vanaf 1 januari 2029 gelden. Het gaat nu eveneens voor advies naar de Vlaamse Nutsregulator, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (Minaraad). Ook dit voorstel kwam van viceminister-president Melissa Depraetere (Vooruit). |
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.