logo
© ZES
© ZES
11 juli 2026

VETA wil hernieuwbare energiesector luider laten klinken in Belgische politiek

De Vlaamse EnergieTransitie Associatie (VETA) is nog in oprichting, maar laat al van zich horen. ‘Wij willen een partner zijn voor de overheid met het oog op de gehele energietransitie’, aldus Alex Polfliet.

Waarom VETA?
‘Onze organisatie is een initiatief van een aantal mensen die vinden dat er een duidelijke stem ontbreekt die echt inzet op de gehele energietransitie, dus niet adviseert en lobbyt op specifieke aspecten daarvan. Onze kerngroep bestaat onder meer uit Roel Defranq van My-PV, Luc Martens van Solar Power Systems en Gie Verbunt van Energiek. Die naam “Vlaamse” kan overigens nog veranderen, aangezien we ons ook willen uitspreken over Belgisch en Europees energiebeleid. Dat is een duidelijk gemis. Wij zetten daar nu de schouders onder als de Vlaamse EnergieTransitie Associatie.’

Wie zijn erbij betrokken en hoe groot is de club?
‘Het is een mix van ondernemingen en individuen, een vijftiental mensen. Die werken onder meer voor installatiebedrijven die zonnepanelen en batterijen plaatsen en bedrijven die actief zijn rond flexibiliteit; oplossingen zoeken om met de intermittentie van hernieuwbare energiebronnen om te gaan. Daarnaast hebben zich een aantal energie-experts aangesloten met een visie op het totale plaatje.’

15 mensen is niet veel…
‘Op dit moment zitten we nog in een informele fase. Half september geven we het officiële startschot, met de formele oprichtingsvergadering en publicatie in het Belgisch Staatsblad. Tegen die tijd zijn we al flink gegroeid, zo is mijn verwachting. Ik plaatste vorige week een bericht op LinkedIn. Daar zijn heel veel reacties op gekomen van mensen die willen meewerken. Er is duidelijk nood aan zo’n organisatie.’

Hoe verhoudt VETA zich tot bestaande brancheorganisaties zoals ODE Vlaanderen?
‘Wij zetten ons niet af tegen ODE, maar zijn eerder een aanvulling erop. ODE overkoepelt een aantal technologieplatformen: PV-Vlaanderen en die rond biomassa, warmtepompen en windenergie. Die zetten elk in op de energietransitie, maar spreken toch vooral voor hun eigen specifieke winkel. Wij willen vooral inzetten op een coherent energiebeleid, waarbij verschillende technologieën in de juiste verhouding worden ingezet. Daar komt bij dat in de Raad van Bestuur van ODE tevens de grote energiebedrijven zetelen, die ook actief zijn in fossiele en nucleaire energie. Dat maakt het soms gevoelig om ergens een standpunt over in te nemen. Dat gebeurt dan gewoon niet. Zo heeft ODE zich bijvoorbeeld niet uitgesproken over kerncentrales in België. VETA schuwt dit soort zaken niet, maar wil daar juist invulling aan geven.’

Het standpunt aangaande kernenergie is?
‘Het nationale energiebeleid focust heel erg op kernenergie: er worden 2 nucleaire centrales opgelapt om 10 jaar langer te kunnen draaien, en er zal hoogstwaarschijnlijk een derde kerncentrale terug geactiveerd worden. Maar daar houdt het dan ook ongeveer op, qua beleid. Kernenergie zal, welke beslissing men ook neemt, sowieso een ondergeschikte rol spelen in de toekomstige energiemix; de komende jaren hooguit 25 procent halen en over een decennium wellicht geen 15 procent meer. Nu gaat er nochtans heel veel aandacht naartoe, in de politiek en media, terwijl we die beter kunnen besteden aan wat er écht op ons afkomt: meer hernieuwbare energie, meer wisselvallige productie en dus de behoefte aan meer flexibiliteit.’

Toch voelt VETA enigszins als een stem van wantrouwen tegen bestaande sectororganisaties…
‘Dat is het dus uitdrukkelijk niet. Om het verschil heel concreet te maken: PV-Vlaanderen heeft als nobel doel dat er niet genoeg zonnepanelen kunnen zijn, de Vlaamse Windenergie Associatie vindt hetzelfde over windturbines. Dit terwijl je in een ideale energiemix op een gegeven moment moet kunnen zeggen: we hebben zoveel zon nodig, zoveel wind, zoveel opslag, zoveel flexibiliteit… Daar maken we één geheel van.  Dat volledige verhaal gaan wij meer uitdragen.’

VETA gaat groot worden?
‘We willen zo snel mogelijk de kaap van 100 leden overschrijden. Maar met hoeveel we zijn, is minder belangrijk dan wat we kunnen bereiken. Wij willen vooral informatief zijn en onze leden meenemen in de energietransitie, onder meer via studiedagen. Een borrel kan altijd, maar de nadruk ligt bij ons vooral op inhoud. We willen invloed uitoefenen op het beleid. De energietransitie moet versnellen. Vlaanderen en België als geheel slepen daarin nog te veel met de voeten. Er worden soms beslissingen genomen die de goede richting uitgaan. Maar dezelfde dag vallen ook weer besluiten die de klok terugzetten.’

Bijvoorbeeld?
‘Vlaanderen gaat 1,2 miljard euro besteden aan subsidies voor CO2-opvang, terwijl je daarmee de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen juist versterkt. Carbon capture and storage (CCS) is bovendien niet bepaald de meest kostenefficiënte technologie om het probleem aan te pakken. Ook dat is nog geen officieel VETA-standpunt, maar wel iets om bij stil te staan.’

Jullie stuurden vorige week een eerste persbericht uit, en dat was positief…
‘We willen ook positief zijn. De kernboodschap is dat in de eerste helft van dit kalenderjaar 50 procent van de Belgische elektriciteitsproductie via hernieuwbare energiebronnen gebeurde. Dat is een zeer opmerkelijke kaap, een primeur in onze geschiedenis, die 10 jaar geleden nog onvoorstelbaar was. Zo waren zonnepanelen goed voor 20 procent, windturbines op zee en op land elk voor 11 procent en biomassa voor 3 procent. Tel je daar de helft van de afvalverbranding, wat waterkracht en ongeveer 5 procent uit batterijen en pumped storage bij op, dan kom je uit op circa 50 procent. Er moet echter ook worden gerelativeerd.’

Waarom?
‘Uit de grid data van Elia blijkt dat we in die periode samen 42,58 terawattuur verbruikten, waarvan slechts 30,42 terawattuur in België zelf werd geproduceerd, mede omdat onze kerncentrales stilliggen. We importeerden dus 28,5 procent van onze stroom. Dat onderstreept het belang van interconnectie met onze buurlanden. Toch willen we vooral benadrukken dat de energietransitie volop gaande is. Die ontwikkeling is niet meer te stoppen en dat is een heel mooi gegeven.’

Dit geeft ook aan dat er nog heel veel moet gebeuren…
‘De Belgische energietransitie is nog lang niet voltooid. Vergeet ook niet dat die 50 procent alleen over elektriciteit gaat. Dat is maar een klein deel van ons totale energieverbruik. Voor industriële processen en de verwarming van gebouwen leunen we nog grotendeels op olie en aardgas en slechts voor een fractie op hernieuwbare energie. Op dit vlak gaat het dan ook zeker nog niet hard genoeg. We zijn dus op weg, maar er is nog een hele weg af te leggen en dat gaat niet lukken als we niet een tandje bijsteken.’

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten