
Bij gebouwgebonden financiering (GGF) is een lening gekoppeld aan de woning in plaats van aan de eigenaar. Bij de verkoop van de woning gaan de betalingsverplichtingen in principe over op de nieuwe eigenaar, en de maandlasten worden niet bepaald door het inkomen maar door de verwachte besparing op de energierekening na verduurzaming. Volgens KPMG kan dit concept drempels wegnemen voor onder meer mensen die binnen enkele jaren willen verhuizen, huiseigenaren voor wie de terugverdientijd te lang is en ouderen die niet meer willen investeren.
5 uitgangspunten
Het kabinet wil gebouwgebonden financiering juridisch mogelijk maken via een uitzondering in de Wet op het financieel toezicht. Die uitzondering geldt alleen als aan 5 voorwaarden wordt voldaan: een beperkt publiek, een woonlastenimpacttoets in plaats van de gebruikelijke krediettoets, consumentenbescherming gelijkwaardig aan reguliere kredietverlening, overdraagbaarheid van de lening bij verkoop en een lagere rente dan gebruikelijk op de markt.
KPMG concludeert dat aan al deze uitgangspunten in de praktijk invulling gegeven kan worden.
Eén centraal aanspreekpunt
Het adviesbureau beveelt een model aan met 1 centrale aanbieder die voor de woningeigenaar fungeert als enig aanspreekpunt en tegelijk optreedt als serviceverlener, financier, garantsteller en opdrachtgever. Zo krijgt de woningeigenaar volgens KPMG integrale ontzorging, van de keuze voor verduurzamingsmaatregelen tot de uitvoering en financiering ervan.
Voor de overdraagbaarheid van de lening bij verkoop volstaat volgens het rapport een verplichte contractsovername binnen de bestaande wetgeving. Om de positie van de financier te versterken en een lagere rente mogelijk te maken, is aanvullende wetgeving nodig in de vorm van een bijzonder voorrecht.
Openstaande vragen
KPMG benadrukt dat nog niet alle knopen zijn doorgehakt. Zo moet de woonlastenimpacttoets verder worden uitgewerkt en gevalideerd, en is nadere uitwerking nodig van de garantiestructuur en risicoborging. Deze punten vragen volgens het adviesbureau om vervolgonderzoek en aanvullende beleidskeuzes voordat GGF daadwerkelijk wettelijk verankerd en ingevoerd kan worden.
Eerdere pogingen strandden
Het is niet de eerste keer dat het kabinet onderzoek laat doen naar gebouwgebonden financiering. In 2020 meldde toenmalig minister Ollongren nog dat banken een dergelijke lening te complex vonden om aan te bieden, waarna gebouwgebonden financiering verder werd ontwikkeld via het Nationaal Warmtefonds.
Het huidige onderzoek van KPMG verkent dus een andere juridische route, via de uitzondering in de Wet op het financieel toezicht, en komt tot een positiever oordeel over de haalbaarheid.
Interessant idee
Minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft het adviesrapport van KPMG aan de Tweede Kamer opgestuurd. Ze noemt het idee van een gebouwgebonden financiering op het eerste gezicht interessant, maar wijst erop dat het in het verleden lastig bleek om er zowel een juridische basis als een praktische uitwerking voor te vinden die woningeigenaren daadwerkelijk helpt.
Een inhoudelijke kabinetsreactie op het advies van KPMG laat dan ook nog even op zich wachten. ‘Ik zal dit najaar inhoudelijk reageren op dit advies’, aldus de minister.
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.