
Minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van het programma ‘verzorgingsplaats van de toekomst’. In een Kamerbrief meldt hij dat tussen 2028 en 2030 op ruim 150 van de in totaal 288 Nederlandse verzorgingsplaatsen de bestaande vergunningen voor laadstations aflopen. Zonder een tijdig ingevoerde wet kunnen deze locaties niet opnieuw worden geveild.
Tijdsdruk dwingt tot actie
‘Wanneer de vergunningen aflopen moeten de laadstations verwijderd worden,’ schrijft Karremans aan de Tweede Kamer. ‘Nederland verliest daarmee een groot deel van het laadnetwerk langs snelwegen, terwijl het aantal elektrische voertuigen op de weg juist aan het toenemen is.’
Een tijdige inwerkingtreding van de nieuwe wet, medio 2027, is volgens de bewindsman daarom cruciaal om te voorkomen dat elektrische auto’s onderweg zonder laadmogelijkheid komen te zitten.
3 pijlers voor stelsel
Het kabinet stelt een nieuw stelsel voor dat uit 3 onderdelen bestaat: het wetsvoorstel dat al bij de Tweede Kamer ligt, een concept-routekaart met langetermijndoelstellingen tot 2050 en per verzorgingsplaats een inrichtingsplan waarin wordt vastgelegd waar welke voorziening komt.
Voor elke voorziening, zoals laden, tanken of een gemakswinkel, komt een aparte vergunning, die via een veiling wordt toegekend. Ondernemers kunnen zelf bepalen op welke kavels zij bieden en welk bedrag zij daarvoor over hebben, afhankelijk van de verwachte winstgevendheid van een locatie. Tankstations worden al langer geveild onder de zogeheten Benzinewet; met het nieuwe wetsvoorstel komt daar ook de veiling van vergunningen voor laaddiensten en gemakswinkels bij.
Honderden kavels te koop
Volgens de planning komen tussen 2028 en 2030 in jaarlijks tientallen vergunningen voor laadstations beschikbaar via veiling, verdeeld over 69 kavels in 2028, 42 in 2029 en 40 in 2030. Daarnaast worden in dezelfde periode telkens 9, 7 en 11 vergunningen voor zowel motorbrandstofverkooppunten als gemakswinkels geveild. Minister Karremans benadrukt dat het nieuwe stelsel ondernemers langjarige zekerheid moet bieden.
‘Zodra zij de veiling hebben gewonnen, hoeven zij géén rekening te houden met onverwachte nieuwe toetreders die dezelfde voorziening gaan aanbieden,’ stelt de minister. Dat moet een einde maken aan de talloze procedures en rechtszaken die de afgelopen jaren zijn ontstaan tussen ondernemers onderling en tussen ondernemers en de rijksoverheid, wat de investeringsbereidheid in laadinfrastructuur volgens het ministerie heeft geremd.
Keuzevrijheid blijft gewaarborgd
Om te voorkomen dat één partij een monopolie krijgt langs een snelwegtraject, geldt voor laadstations en gemakswinkels een gebiedscriterium: een vergunninghouder mag niet dezelfde voorziening uitbaten op de eerstvolgende verzorgingsplaats binnen 25 kilometer in dezelfde rijrichting. Een vergelijkbare regel bestaat al voor tankstations.
Rijkswaterstaat stelt verder voor elke verzorgingsplaats een inrichtingsplan vast, waarin onder meer wordt bepaald waar laadpalen het beste kunnen worden gepositioneerd, bijvoorbeeld dicht bij een wegrestaurant of gemakswinkel zodat bezoekers laden eenvoudig kunnen combineren met eten of een toiletbezoek. Onder het nieuwe stelsel krijgt per voorziening en per verzorgingsplaats voortaan nog maar één aanbieder een vergunning, wat volgens het ministerie het zoekverkeer op de vaak op eenrichtingsverkeer ingerichte terreinen moet beperken en de verkeersveiligheid ten goede komt.
Investeringen in netcapaciteit
Voldoende stroom is voor aanbieders van laaddiensten een randvoorwaarde om hun diensten te kunnen aanbieden. Het ministerie investeert daarom via het Mobiliteitsfonds in zwaardere netaansluitingen op verzorgingsplaatsen, bekend als het programma Stopcontact op Land. Voor een individuele exploitant zijn dergelijke investeringen vaak te groot om binnen de looptijd van een vergunning terug te verdienen, en het programma coördineert daarom de aanvraag van voldoende zware netaansluitingen voor meerdere ondernemers tegelijk.
Naast de veiling van vergunningen wil het ministerie ook de fysieke inrichting van verzorgingsplaatsen moderniseren, met als doel een uniformere en veiligere indeling waarbij meer rekening wordt gehouden met de stop- en parkeerfunctie. Deze herinrichtingen worden de komende jaren voorbereid en kunnen naar verwachting pas vanaf 2032 daadwerkelijk worden uitgevoerd. De voorbereidingen hiervoor starten begin 2027. Het beleid is mede gebaseerd op onderzoeken van onder meer SEO Economisch Onderzoek naar de terugverdientijd van laadstations en gemakswinkels, adviesbureau Auctiometrix naar geschikte veilingmethoden en ingenieursbureau Arcadis naar de inrichting van verzorgingsplaatsen. ‘Met bovengenoemd beleid wordt een belangrijke stap gezet naar het moderniseren van de verzorgingsplaatsen,’ besluit Karremans in zijn brief aan de Tweede Kamer. ‘Verzorgingsplaatsen worden veiliger, ondernemers krijgen meer duidelijkheid en weggebruikers behouden hun keuzevrijheid.’
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.