logo
© Europese Unie
© Europese Unie
30 juni 2026

Eerste akkoord EU over energieopslag, doel van 45 gigawatt nieuwe opslagcapaciteit

De Europese Commissie heeft samen met 22 EU-lidstaten het eerste tripartiete akkoord over energieopslag ondertekend. De lidstaten doen toezeggingen die samen goed zijn voor 30 tot 35 gigawatt opslagcapaciteit.

De ondertekening van het akkoord vond plaats tijdens de bijeenkomst van de Raad van energieministers in Luxemburg. Naast EU-energieministers schaarden ook ontwikkelaars en fabrikanten, energie-intensieve industrieën en financiële instellingen zich achter het akkoord. Het doel is om de uitrol van energieopslag op korte termijn te versnellen, wat het elektriciteitssysteem veiliger en flexibeler moet maken.

De ontbrekende schakel
Energieopslag is volgens de Europese Commissie de ontbrekende schakel in de energietransitie en kan een belangrijke rol spelen bij het verlagen en stabiliseren van energieprijzen. De EU moet de opwekking van hernieuwbare energie uitbreiden om minder afhankelijk te worden van wisselvallige fossiele brandstofmarkten en de leveringszekerheid te versterken.

Meer hernieuwbare energie alleen is echter niet voldoende; het energiesysteem moet ook beter functioneren, en daarin is opslag essentieel. Het opschalen van energieopslag moet de integratie van hernieuwbare energie in het energiesysteem verbeteren.

45 gigawatt
Het tripartiete akkoord voor energieopslag geldt met onmiddellijke ingang voor de periode 2026-2028 en kent 3 doelen. Allereerst moet de jaarlijkse uitrol van opslagcapaciteit met minstens 20 procent groeien ten opzichte van 2025, goed voor circa 45 gigawatt nieuwe opslag.

Ten tweede moet energieopslag ongeveer 10 procent van de piekvraag dekken, tegenover 5 procent in 2025, om zo de gasvraag te verlagen. Tot slot moet elektrificatie en concurrentievermogen van de industrie toenemen: stroomafnamecontracten met energieopslag moeten groeien van 1,5 naar 4,5 gigawatt, industriële thermische opslag van 0,5 naar 1,5 gigawattuur en de commerciële en industriële (c&i-)batterij-installaties van 9 naar 24 gigawattuur.

Belemmeringen wegnemen
Het akkoord legt verder concrete afspraken vast voor de periode 2026-2028. Ontwikkelaars van energieopslag- en hernieuwbare-energieprojecten leveren jaarlijks schattingen van nieuwe projecten en hun omvang. Energie-intensieve industrieën zeggen toe om energieopslagprojecten op hun eigen terreinen te ontwikkelen en duidelijker te communiceren over wanneer en hoeveel elektriciteit ze gebruiken. Die transparantie over de projectenpijplijn moet investeerders meer zekerheid bieden.

De 22 EU-lidstaten beloven op hun beurt belemmeringen weg te nemen die de energieopslagsector vertragen. Verder zorgen ze ervoor dat nationale regulerende instanties kostenreflectieve en niet-discriminerende nettarieven kunnen vaststellen die flexibiliteit stimuleren. Waar nodig bieden lidstaten financiële steun voor de uitrol en productie van energieopslag, via nationale en Europese financiering en in lijn met staatssteunregels zoals het Clean Industrial State Aid Framework (CISAF).

Banken steunen met financiering
Nationale en regionale banken, waaronder ontwikkelingsbanken, gaan expertise over energieopslagprojecten delen om ze aantrekkelijker te maken voor investeerders en gaan samenwerken met de Europese Investeringsbank (EIB) om de impact van financiering voor energieopslagoplossingen te vergroten.

De Europese Commissie ondersteunt op haar beurt lidstaten bij het opzetten van financieringsregelingen voor opslag en helpt bij de verduurzaming van energie-intensieve industrieën, onder meer via de Industrial Decarbonisation Bank. Ook onderzoekt de Europese Commissie hoe het Innovation Fund kan bijdragen aan de uitrol van energieopslag en werkt het aan een herziening van de netcodes om opslag te bevorderen.

Nederlandse belofte volgt later
In de lijst met nationale opslagbeloften die bij het akkoord gepubliceerd staan, staat Nederland vermeld met de aantekening dat de Nederlandse toezegging voor eind 2026 moet worden ingediend.

Andere lidstaten dienden hun belofte al wel in bij de ondertekening van het akkoord. Zo streeft Italië eind 2028 naar 10 gigawattuur opslagcapaciteit en Polen zelfs naar 11 gigawattuur. Spanje belooft op zijn beurt 4 tot 5 gigawatt aan opslagvermogen, waarbij de daarmee gemoeide opslagcapaciteit niet bekend is gemaakt. België heeft vooralsnog geen toezegging gedaan.

Voortgang jaarlijks gevolgd
De Europese Commissie leidt en coördineert de uitvoering van het akkoord en volgt de voortgang jaarlijks tot 2028 op. Daarbij wordt onder meer gekeken naar het geïnstalleerde vermogen, het aandeel van de piekvraag dat door energieopslag wordt geleverd en het aantal langetermijncontracten (ppa’s) met energieopslagsystemen.

Volgens de Europese Commissie heeft de EU tegen 2030 ongeveer 200 gigawatt opslagcapaciteit nodig om aan de behoeften van het energiesysteem te voldoen, tegenover circa 55 gigawatt aan het begin van dit jaar.

Pleidooi voor hernieuwbare energie
‘Het tripartiete akkoord is een sterk signaal voor het belang van energieopslag. Het is echter onduidelijk hoe de EU dit doel gaat bereiken met de huidige instrumenten. Europa heeft een batterijopslagactieplan nodig om deze ambitie te halen en de doelstelling van 200 gigawatt opslagcapaciteit in 2030 te realiseren, zoals vastgelegd in het AccelerateEU-programma. Zonder dat riskeert Europa tekort te schieten op de schaal die nodig is om de afhankelijkheid van volatiele energiemarkten terug te dringen’, vertelt Sonja Risteska, hoofd van het Battery Storage Europe Platform van SolarPower Europe. Ter vergelijking: begin 2026 was in Europa circa 55 gigawatt aan energieopslagcapaciteit geïnstalleerd.

Samen met nationale zonne-energiebrancheverenigingen pleit SolarPower Europe bovendien voor een Europese doelstelling voor hernieuwbare energie van minimaal 60 procent in 2040.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten