
Hoe ontstond Energy Storage NL (ESNL)?
‘ESNL begon ongeveer 10 jaar geleden als een project binnen FME, de ondernemersorganisatie voor de technologische industrie, vanuit de visie dat je in een duurzaam maar weersafhankelijk energiesysteem voldoende regelbaar vermogen nodig hebt. Hans van der Spek en Jillis Raadschelders vormden een consortium met een aantal bedrijven. Toen ik 5 jaar geleden instapte, was één van mijn doelen om er een echte zelfstandige branche van te maken – met eigen financiering en een eigen entiteit. Dat kostte veel tijd, maar het is gelukt.’
Wat heeft ESNL bereikt?
‘We hebben altijd gezegd dat we een constructieve partner willen zijn en opslag positioneren als middel, niet als eindoplossing. Het doel is een stabiel energiesysteem en onze technologieën kunnen daaraan bijdragen. Daarmee hebben we het vertrouwen gewonnen bij de overheid, de netbeheerders en de ACM. 5 jaar geleden gingen de deuren nog vaak dicht: energieopslag was te duur, te ingewikkeld, netverzwaring was de echte oplossing. Die gedachtegang hebben we weten te veranderen. Opslag wordt nu breed gezien als een fundamentele pijler van het energiesysteem – tussen opwek en verbruik in. Daarbij hebben we altijd ingezet op marktprikkels in plaats van subsidies. Kijk naar de hybride warmtepomp: die markt kreeg een flinke terugslag toen het kabinet de koers wijzigde. Dat wil je in de opslagsector voorkomen. Contracten en vergoedingen met netbeheerders geven de sector een stabielere basis.’
Hoe heeft de markt zich ontwikkeld?
‘Ook razend hard. We gingen van 85 naar 230 leden, van start-ups naar scale-ups naar volwassen bedrijven. We hebben daarbij ook bewust gekozen voor een breed ecosysteem: niet alleen ontwikkelaars en fabrikanten, maar ook banken, verzekeraars, netbeheerders en energiebedrijven zijn lid van ESNL. Zo kun je van elkaars uitdagingen leren en samen problemen oplossen in plaats van over elkaar te praten. De markt is inmiddels verdubbeld naar 2,1 gigawattuur aan opslagcapaciteit. Ik verwacht nog veel overnames en samenvoegingen; de vormgeving van de markt is ingezet, maar heeft haar eindpunt nog niet bereikt.’
Jij maakt er vaak een punt van dat het bij ESNL niet alleen over batterijen gaat…
‘Batterijen hebben iets knuffelbaars, maar daarmee alleen bouw je geen energiesysteem van de toekomst. Je moet ook nadenken over opslag in warmte en moleculen. Na 5 jaar vind ik dat gesprek nog steeds te eendimensionaal. We wekken elektriciteit op, slaan het op in een batterij en transporteren het vervolgens. Dat is echter niet het hele verhaal. We gaan naar een multimodaal systeem met allerlei vormen van opslag. Mijn zorg is dat we een lock-in creëren doordat we ons te eenzijdig op elektriciteit focussen, terwijl de maatregelen die je daarvoor moet treffen fundamenteel anders zijn dan wanneer we naar het totale plaatje kijken.’
Wat zijn daarnaast de grote uitdagingen voor de toekomst?
‘Alle grote energieproblemen – netcongestie, leveringszekerheid, hoge prijzen – hebben dezelfde oorsprong: vraag en aanbod worden niet gematcht. Opslag draagt bij als oplossing aan al die problemen. Maar we hebben te maken met verschillende ambtenaren met uiteenlopende portefeuilles: de een is bezig met netcongestie, de ander met leveringszekerheid, en weer een ander met CO2-reductie, et cetera. De waarde van opslag wordt zo opgeknipt in verschillende portefeuilles. Daarmee verlies je de focus op de overkoepelende systeemwaarde van opslag, terwijl dat keihard nodig is. Het risico is dat opslag niet de fundamentele erkenning als systeemoplossing krijgt.’
Er is nog geen omvattende aanpak?
‘Ik zeg wel eens: het is mooi dat de politiek opslag belangrijk vindt, maar het moet nu ook prioriteit krijgen. Het verschil tussen die 2 is groot. Prioriteit betekent dat je specifiek en integraal beleid ontwikkelt, voorwaarden schept en een streefwaarde bepaalt voor hoeveel opslag het systeem nodig heeft. Dat is nog niet het geval. Ik merk dat het Rijk nog steeds inzet op technologieneutraal blijven – duizend bloemen laten bloeien – terwijl we in een fase zitten met zoveel grote problemen dat je als overheid duidelijke keuzes moet maken. Tegelijkertijd zie ik beweging, bijvoorbeeld met de beleidsagenda energieopslag die in ontwikkeling is en een goede houding vanuit het huidige kabinet. Maar het tempo moet omhoog.’
Hoe kijk je terug op de samenwerking met netbeheerders?
‘Netbeheerders zeiden vroeger: een batterij stuurt 95 procent van de tijd goed aan, maar kan de rest van de tijd extra netcongestie veroorzaken. In plaats van ons te focussen op het eerste is de afgelopen jaren vooral geprobeerd die 5 procent te minimaliseren. Dat heeft wel iets opgeleverd, bijvoorbeeld het tijdsduurgebonden transportrecht en het capaciteitssturend contract. Daarmee kunnen netbeheerders batterijen proactief aansturen bij dreigende congestie, tegen een vergoeding voor ontwikkelaars. Toch vind ik het jammer dat nog steeds vrij snel wordt gezegd dat batterijen netcongestie kunnen verergeren, dat doet geen recht aan het werk dat we samen met de netbeheerders hebben verricht.’
Energieopslag heeft ook voorrang gekregen in de aansluitwachtrij bij congestie…
‘Dat zijn echte stappen vooruit. Maar netbeheerders vinden energieopslag desondanks nog steeds spannend. Als die echt vinden dat ze meer flexibiliteit nodig hebben, dan moeten ze zich ook flexibeler gaan opstellen, bijvoorbeeld in de contractvoorwaarden. Daarnaast moet worden nagedacht wie de verantwoordelijkheid draagt voor het ontwikkelen van de gewenste hoeveelheid flexibiliteit. Is dat de overheid of zijn het de netbeheerders? Anders voelt niemand deze verantwoordelijkheid waardoor er ook geen sturing is.’
Waar moet ESNL naartoe als organisatie?
‘ESNL moet altijd een middenpositie blijven innemen tussen opwekkers, verbruikers en netbeheerders – want opslag verbindt die werelden met elkaar. Geen wind- of zonnepark wordt meer gebouwd zonder batterij; dat wordt een twee-eenheid. Ook richting netbeheerders die steeds meer beseffen dat netverzwaring alleen niet voldoende is, en richting verbruikers die zich steeds meer realiseren dat 24/7 energie hebben geen zekerheid meer is. Die brugfunctie is de bestaansreden van ESNL.’
Wat ga jij zelf doen?
‘Dat weet ik nog niet. Eind juli rond ik mijn laatste werkzaamheden af. Ik word deze zomer vader en met een kleine wilde ik het risico niet nemen dat ik te vaak in Den Haag vast zou zitten, want ik woon in Nijmegen. Het is bovendien een mooi moment om even goed te evalueren of je nog dezelfde energie kunt brengen als ieder jaar daarvoor – daar moet je eerlijk over zijn naar jezelf. Wat ik wel weet: ik kijk heel positief terug op wat er in 5 jaar is bereikt. ESNL is volwassen geworden, de markt is het afgelopen jaar verdubbeld en opslag staat nu echt op de kaart. Die basis is gelegd in een heel korte tijd, door de inzet van heel veel mensen in de sector. Dat geeft mij veel voldoening.’
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.