
Daarmee is zijn pensioen officieel, maar stilzitten doet hij voorlopig nog niet. Zo is hij voorzitter van de aankomende EU-PVSEC-conferentie. ‘Die wordt niet voor niets in Rotterdam gehouden. Nederland kampt met netcongestie door ons enorme zonnepanelensucces. Hiermee lopen we wederom vooruit op de rest.’
Eerste golf
Van Sark studeerde natuurkunde in Utrecht. Met de keuze voor het bijvak milieukunde kwam een besef dat zijn werkzame toekomst zou bepalen. Hij kon fysica ook inzetten om een duurzamere toekomst te creëren. Zijn interesse in wat toen nog alternatieve energie werd genoemd was gewekt. Zo belandde hij in 1982 als afstudeerder bij het Amsterdamse FOM onderzoeksinstituut AMOLF, waar het Nederlandse pv-onderzoek vorm kreeg onder leiding van Wim Sinke en Frans Saris. Hoe kijkt hij terug op die tijd?
Het Nationaal Onderzoeksprogramma Zonne-energie (NOZ) startte eind jaren zeventig. Daaruit kwam de eerste Nederlandse golf aan Nederlands pv-onderzoek voort, vertelt Van Sark. Hij promoveerde in 1989 aan de Radboud Universiteit Nijmegen, als een van de eerste 8 wetenschappers die daar deel van uitmaakten. De nadruk lag die jaren met name op fundamenteel onderzoek naar zonnecellen en halfgeleidermaterialen.
Sceptici
‘In Nijmegen concentreerden we ons op galliumarsenide, dat in dunne lagen en dus mogelijk kostenefficiënt kon worden toegepast’, aldus Van Sark. ‘Bij AMOLF lag de focus op kristallijn silicium. Aan de TU Delft en Universiteit Utrecht werd aan amorf silicium gewerkt. Kosten waren nog niet van belang, maar er waren sceptici. Vele dachten dat het nooit wat zou worden met zonne-energie. Sommige stelden dat het verstandig was om ons te richten op één technologie. Hoe dan ook, de tijden zijn veranderd. Zonne-energie is inmiddels mainstream.’
Black box
Wilfried van Sark keerde terug naar de Universiteit Utrecht. Hij werkte er als postdoc aan het ontwerp en optimaliseren van een machine voor de depositie van amorf silicium voor dunnefilmzonnecellen, middels plasma chemical vapour deposition. Daarbij werd succes geboekt; een amorf siliciumzonnecel met een rendement van 10 procent. Dat bleef niet onopgemerkt. Hij herinnert zich de discussie die ontstond. Zo’n machine is een black box met vele gassen en parameters. Waarom waren zij zo goed in het opdampen van die lagen? ‘Dat moest worden uitgezocht’, aldus Van Sark. ‘Dat deden we in samenwerking met specialisten in plasmafysica. Dat werk is nog steeds zeer nuttig, ook al omdat amorf silicium belangrijk is voor de productie van heterojunctiesiliciumzonnecellen.’
Nanokristallen
Fast forward naar 2002. Van Sark ging zich op de analyse en prestaties van pv-systemen richten, onder meer in samenwerking met Wim Turkenburg, tevens een van de godfathers van het Nederlandse zonne-energieonderzoek. Van Sark kon er zijn natuurkundige interesse nog steeds kwijt, bijvoorbeeld bij het realiseren van zonneramen. Daarbij worden speciale materialen en zonnecellen verwerkt in of tussen glaslagen. Het invallende zonlicht wordt door nanokristallen geabsorbeerd en naar de randen van het raam geleid, waar smalle zonnecellen – solar strips – het omzetten in elektriciteit. Hij realiseerde zo een “Electric Mondrian”. Een ander project betrof pv-systemen op daken. Hoe goed presteren die werkelijk? Wat is het verschil tussen de hoeveelheid energie die ze zouden moeten opwekken en de daadwerkelijke opbrengst?
Lees het volledige artikel hieronder in de juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine.
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.