logo
© Mazzel1986 | Dreamstime.com
© Mazzel1986 | Dreamstime.com
11 juni 2026

Rechter: expediteur niet aansprakelijk voor gestolen zonnepanelen

De Rechtbank Limburg heeft geoordeeld dat een logistiek dienstverlener niet aansprakelijk is voor diefstal van een lading zonnepanelen ter waarde van 104.000 euro tijdens het transport van Venlo naar Oostenrijk.

Een logistiek bedrijf had in september 2022 een andere partij gevraagd een lading zonnepanelen te vervoeren van Venlo naar Nenzing in Oostenrijk. Die partij besteedde het transport op haar beurt uit aan een derde bedrijf, dat het opnieuw uitbesteedde. De zonnepanelen kwamen nooit aan. Onderzoek wees uit dat de lading was gestolen of verduisterd door of namens een van de ingeschakelde partijen in de transportketen.

Vervoer of expeditie
De aansprakelijkheidsverzekeraar van het opdrachtgevende logistieke bedrijf vergoedde haar verzekerde de schade van ruim 104.000 euro en vorderde dit bedrag vervolgens terug van de logistieke dienstverlener die het transport had georganiseerd. De totale vordering, inclusief expertisekosten, bedroeg ruim 106.000 euro. Centraal in de zaak stond de vraag of de dienstverlener als vervoerder had gehandeld of als expediteur. Een expediteur is een partij die vervoer organiseert en coördineert, maar het zelf niet uitvoert. Dat onderscheid bepaalt welk juridisch kader van toepassing is en wie aansprakelijk kan worden gesteld.

Het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg, ook bekend als het CMR-verdrag, legt de aansprakelijkheid voor verlies tijdens transport bij de vervoerder. Dat verdrag geldt echter niet voor expediteurs. De logistieke dienstverlener stelde dat hij als expediteur had geopereerd. De eisende partij betoogde dat er sprake was van een gewone vervoerovereenkomst.

Cruciale WhatsApp
De rechtbank stelde voorop dat een partij die als expediteur wil optreden dat bij het aangaan van de overeenkomst voldoende duidelijk kenbaar moet maken. Doet zij dat niet, dan wordt in beginsel aangenomen dat er sprake is van een vervoerovereenkomst. Eerdere zaken over diefstal van zonnepanelen tijdens transport draaiden eveneens om dit onderscheid, maar leidden wel tot veroordeling omdat de hoedanigheid niet tijdig kenbaar was gemaakt.

Doorslaggevend voor de rechter was de communicatie voorafgaand aan de samenwerking. Op 7 september 2022 berichtte een medewerker van de logistieke dienstverlener via WhatsApp: ‘We kunnen ook bieden op de last leg, daar we een expeditie afdeling hebben die zich bezig houdt met FTL/PTL.’ In het transportjargon staat FTL voor ‘full truck load’ (volledige vrachtwagenladingen) en PTL voor ‘part truck load’ (gedeeltelijke ladingen). Ongeveer een uur later volgde een e-mail met een vergelijkbare strekking. De rechtbank oordeelde dat beide berichten in samenhang gelezen moesten worden en dat hieruit ondubbelzinnig bleek dat expeditie werd aangeboden, niet vervoer.

Facturen als bewijs
Alle facturen die de logistieke dienstverlener naderhand stuurde, vermeldden expliciet dat hij ‘enkel en uitsluitend optreedt als expediteur’ en dat de Nederlandse expeditievoorwaarden van de Nederlandse Organisatie voor Expeditie en Logistiek (FENEX) van toepassing waren. De opdrachtgever betaalde die facturen telkens zonder bezwaar te maken tegen die omschrijving. Pas nadat de lading verdween, betwistte hij de expediteurshoedanigheid van zijn contractspartner.

Bovendien beschikte de dienstverlener niet over eigen vrachtwagens of chauffeurs voor de reguliere transporten. De inschrijving bij de Kamer van Koophandel en de eigen website wezen eveneens op een expeditiebedrijf. Al deze omstandigheden samen bevestigden volgens de rechter dat er van meet af aan sprake was van een expeditieovereenkomst.

Vorderingen afgewezen
Omdat de rechter de overeenkomst kwalificeerde als een expeditieovereenkomst, was het CMR-verdrag niet van toepassing. De eisende partijen toonden bovendien niet aan dat de expediteur was tekortgeschoten in de uitvoering van zijn specifieke verplichtingen als expediteur. De vorderingen werden volledig afgewezen. De verliezende partijen werden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van ruim 9.700 euro.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten