
Die voorspelling doet het kenniscentrum in de nieuwe Outlook Mobiliteit die het opstelde in opdracht van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL).
Netcongestie complexe opgave
Het is de eerste keer dat ElaadNL niet één modaliteit apart doorrekent, maar personenauto’s, bestelauto’s, trucks én bouwmaterieel in één integraal rapport samenvoegt. Samen vertegenwoordigen deze categorieën zo’n 90 procent van de totale energiebehoefte van alle mobiliteit in Nederland. De resultaten vormen een gezamenlijk vertrekpunt voor netbeheerders, de rijksoverheid en de NAL-regio’s, die nu voor het eerst allemaal bij de totstandkoming betrokken waren.
Marieke Donkervoort, onafhankelijk voorzitter van de NAL, benadrukt de waarde van die bredere aanpak: ‘Onderzoeken zoals deze zijn waardevol, omdat ze inzicht geven in waar de uitdagingen én aandachtspunten liggen voor wat betreft de uitrol van laadinfrastructuur in de nabije en wat verdere toekomst. Netcongestie is ook voor laadinfrastructuur een complexe opgave die vraagt om slimme oplossingen en nauwe samenwerking tussen overheid, netbeheerders en marktpartijen.’
Toekomst is elektrisch
In het middenscenario van ElaadNL rijden er in 2050 bijna 11 miljoen volledig elektrische voertuigen (bev’s). Alle 1,2 miljoen bestelauto’s zijn in 2050 eveneens elektrisch. Van de naar verwachting 210.000 trucks rijdt dan 90 procent op een batterij. ElaadNL verwacht dat het totale wagenpark groeit, wat verklaart waarom de absolute aantallen hoger liggen dan in eerdere outlooks.
De onderzoekers keken ook naar plug-inhybride voertuigen (phev’s) die zowel met een elektromotor als een verbrandingsmotor via een stopcontact kan worden opgeladen. In het middenscenario bestaat het complete wagenpark in 2042 uit stekkerauto’s, waarna het in 2050 uitgroeit naar 100 procent bev’s.
Logistiek en bouw
De transitie bij trucks en bestelauto’s verloopt anders dan bij personenauto’s. Momenteel is slechts 1,4 procent van het Nederlandse vrachtwagenpark elektrisch en 5 procent van de bestelauto’s. Bij bestelauto’s zijn de totale eigendomskosten (tco) – waarbij aanschaf, brandstof en onderhoud over de hele levensduur worden opgeteld – in vrijwel alle gevallen al gunstiger voor een elektrische variant. Bij trucks verwacht ElaadNL een sterke versnelling zodra ook daar de kosten op de lange termijn positief uitvallen, wat in steeds meer situaties het geval wordt. Consistent beleid, zowel nationaal als Europees, kan die transitie verder versnellen, zo duiden de onderzoekers.
Voor de bouwsector ontbreekt een structurele registratie van elektrisch materieel, maar de urgentie van emissieloos bouwen is sterk toegenomen door klimaatbeleid en de noodzaak om stikstofuitstoot te verminderen. Bouwen in de buurt van een Natura 2000-gebied is inmiddels alleen nog mogelijk zonder uitstoot. Via het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) worden nationaal afspraken gemaakt over hoe bouwbedrijven dat kunnen waarmaken. ElaadNL verwacht dat het overgrote deel van het mobiele bouwmaterieel daarom in 2050 elektrisch is, al gaat de groei in de bouw iets langzamer dan eerder gedacht.

51,8 terawattuur
De totale elektriciteitsvraag voor mobiliteit stijgt van 4 terawattuur in 2025 naar 51,8 terawattuur in 2050. Netbeheer Nederland verwacht in 2050 een totale nationale elektriciteitsvraag van 505 terawattuur in het middenscenario, de zogenoemde ‘koersvaste middenweg’. Mobiliteit is daarmee verantwoordelijk voor ruim 10 procent van alle stroomvraag in Nederland, tegen 3,5 procent nu.
Personenauto’s zijn in 2050 goed voor het grootste aandeel: 28,4 terawattuur, vanwege het enorme aantal bev’s. Trucks nemen met 13,9 terawattuur een kwart voor hun rekening, bestelauto’s zijn verantwoordelijk voor 7,7 terawattuur en de bouw voor 1,8 terawattuur. De stroomvraag vanuit depots voor logistiek is daarbij opvallend: van 32.000 laadpunten en 0,3 terawattuur nu naar 880.000 laadpunten en 14,81 terawattuur in 2050. Het aantal publieke laadpunten groeit van 124.000 naar 1.306.000, met een bijbehorende stroomvraag van ruim 14 terawattuur.
Netcongestie gekwantificeerd
Nieuw in deze editie van de Outlook Mobiliteit is dat ElaadNL voor het eerst de impact van netcongestie op de uitrol van laadinfrastructuur heeft doorgerekend. De komende jaren ontstaat het grootste deel van de laadvraag in gebieden waar het stroomnet al vol zit. De analyse kijkt 15 jaar vooruit tot 2040, omdat de meeste bekende netknelpunten tegen die tijd zijn opgelost.
Vanaf 1 januari 2026 geldt het vernieuwde prioriteringskader voor transportruimte op het stroomnet, en vanaf 1 juli 2026 raakt netcongestie ook kleinverbruikaansluitingen, waaronder thuislaadpunten en kleine publieke laadpalen. ElaadNL werkt 2 ontwikkelpaden uit: een stagnerende aanpak met vertragingen in netverzwaring, en een effectieve aanpak waarbij alle beschikbare maatregelen volledig worden benut. Alleen in het tweede pad kan de publieke laadvraag richting 2040 worden opgevangen, al wordt het rond 2034 wel heel krap.
Satellietpalen
De onderzoekers beschrijven meerdere oplossingsrichtingen. Het bestaande publieke laadnetwerk kan al meer laadvraag opvangen door de bezettingsgraad te verhogen: veel laadpalen staan nu nog geregeld leeg terwijl de laadvraag toeneemt. Ook kunnen satellietpalen worden geplaatst op bestaande aansluitingen, waardoor het aantal laadpunten op één aansluiting kan verdubbelen zonder extra netcapaciteit aan te vragen. Verlengde Private Aansluitingen (VPA’s) bieden een manier om laadvraag van de openbare weg naar de eigen woning te verplaatsen. Tot slot worden flexibele contractvormen voor publieke laadpalen onderzocht binnen de NAL, waarbij laadpalen gebruikmaken van tijdelijke restcapaciteit op het net.
Flexibel vermogen
Elektrische voertuigen zijn niet alleen een extra belasting voor het stroomnet, maar kunnen het ook actief ontlasten. Dat gebeurt via slim laden, waarbij een voertuig automatisch oplaadt op momenten dat stroom goedkoop en ruim beschikbaar is, in plaats van direct na thuiskomst. De grootste druk op het stroomnet valt tussen 16.00 en 21.00 uur. Wanneer voertuigen langer aan het laadpunt staan dan strikt nodig is om de accu te vullen, kan die laadsessie worden verschoven naar buiten de piekuren. ElaadNL berekent dat dit in 2050 in de avondpiek gezamenlijk 6,7 gigawatt aan flexibel vermogen oplevert: 1,9 gigawatt via thuisladers, 2,4 gigawatt via publieke laadpunten en 2,4 gigawatt via depots voor logistiek.
Bidirectioneel laden
Wanneer naast slim laden ook bidirectioneel thuisladen wordt meegeteld, loopt de totale flexpotentie op tot 11,2 gigawatt. Bij bidirectioneel laden, ook wel vehicle-to-grid (v2g) genoemd, levert een elektrisch voertuig stroom terug aan de woning of het stroomnet op momenten dat dat nuttig is. Die extra 4,5 gigawatt komt voor rekening van teruglevering vanuit thuisladers. ElaadNL neemt bidirectioneel laden in deze outlook alleen mee voor de thuissituatie, niet voor publieke of zakelijke laadlocaties.
Integrale aanpak noodzakelijk
ElaadNL concludeert onder aan de streep dat de voorspelde groei van elektrische mobiliteit haalbaar is, mits flexibiliteit, betere benutting van bestaande laadinfrastructuur én een verschuiving van laadvraag hand in hand gaan. Dat vraagt om duidelijke randvoorwaarden: standaardisatie van systemen, interoperabiliteit tussen laadpalen en voertuigen zodat ze met elkaar kunnen communiceren, passende financiële prikkels voor gebruikers en hechte samenwerking tussen netbeheerders, overheden en marktpartijen.
‘Het is goed om te zien dat al die partijen echt samen optrekken om de laadinfrastructuur verantwoord mee te laten groeien met de toenemende behoefte. Dat zal niet altijd eenvoudig zijn, toch is er veel mogelijk’, aldus Donkervoort. Planvorming op wijkniveau – zogeheten laadplanologie – helpt volgens haar om al vroeg rekening te houden met de toekomstige laadvraag per buurt.
De mei 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Het tijdschrift kent artikelen over Intersolar Europe, dubbele energiebelasting bij thuisbatterijen, recycling van batterijen en het Nationaal EMS Programma.