
De brancheorganisatie heeft naar aanleiding van de consultaties door de Vlaamse Nutsregulator (VNR) een gezamenlijke brief aan netbeheerder Fluvius gestuurd.
Op afstand
Telecontrole is een systeem waarmee Fluvius op afstand een batterij of andere installatie kan bijsturen bij dreigende overbelasting van het stroomnet. Eerder besliste de VNR, mede na bezwaren van ODE, de verplichte telecontrole voor batterijen te beperken tot systemen vanaf 250 kilovoltampère in plaats van de voorgestelde 100 kilovoltampère.
PV-Vlaanderen was verrast dat in een daaropvolgende consultatie toch werd voorgesteld om voor sommige batterijsystemen vanaf 100 kilovoltampère telecontrole te kunnen opleggen op basis van een netstudie.
Hoge bekabelingkosten
De hardware voor de verplichte fysieke telecontrole-installatie, de zogeheten Netflexkast, kost meer dan 5.500 euro. Bovenop die hardwareprijs komen installatie- en bekabelingskosten. Met name bekabeling voor metingen loopt sterk op, aangezien daarvoor graafwerken nodig zijn en bestaande netwerkkabels om cybersecurityredenen doorgaans niet hergebruikt mogen worden. Die bekabeling kost 30 tot 50 euro per meter en voegt bij grotere projecten 20.000 tot 50.000 euro toe aan de projectkosten. Voor glasvezelverbindingen tussen de Fluvius-systemen bij directe klanten ontving een concreet project zelfs een offerte van circa 300.000 euro.
Voor een batterijsysteem van 250 kilovoltampère met een hardwareprijs van 100 euro per kilowattuur voor de batterijcellen en een opslagcapaciteit van 2 uur, vertegenwoordigt de hardware van de batterijcellen volgens PV-Vlaanderen een kostprijs van 50.000 euro. De telecontrole-hardware alléén al bedraagt dan 12 procent van die kostprijs. De bekabelingskosten kunnen daar nog eens een vergelijkbaar bedrag bovenop zetten. Die kostenstijging dwingt projecten er volgens de brancheorganisatie toe hun omvormervermogen te beperken om financieel rendabel te blijven.
Pleidooi voor digitaal
PV-Vlaanderen en ODE zijn positief over het feit dat Fluvius een applicatieprogrammeerinterface (API), een digitale verbinding via het internet, heeft ontwikkeld als alternatief voor de fysieke telecontrole. Op dit moment worden echter zowel de fysieke als de digitale variant altijd tegelijk opgelegd.
De brancheorganisaties vragen om een afwegingskader waarbij digitale telecontrole de standaard is en fysieke hardware alleen bij hogere vermogens verplicht wordt, op basis van een netstudie. Ze pleiten ook voor een genuanceerde drempel: wanneer het contractuele afnamevermogen lager is dan 250 kilovoltampère, zou altijd voor de digitale variant via API gekozen moeten worden.
Kostenreductie bij hardware
De brancheorganisaties vragen ook aandacht voor het feit dat de huidige vermogensdrempel gebaseerd is op de som van alle omvormervermogens, terwijl een batterij bij de meeste bedrijven of particulieren niet tegelijk met de zonnepanelen het maximale vermogen injecteert. Wanneer er veel zonne-energie wordt opgewekt, laadt de batterij doorgaans op in plaats van te ontladen. De werkelijke maximale gelijktijdige injectie op het stroomnet is in de praktijk dus vaak lager dan de opgetelde piekcapaciteit.
Waar fysieke telecontrole toch wordt opgelegd, vragen ODE en PV-Vlaanderen om verdere kostenreductie. Zo kunnen de meetfrequentie en beschikbaarheidseisen voor draadloze communicatie in sommige gevallen worden versoepeld. Voor directe klanten vraagt PV-Vlaanderen ook om draadloze uitlezing van de AMR-meter, een digitale slimme meter, in plaats van de huidige verplichting tot glasvezelverbinding, waarbij bestaande draadloze oplossingen voor de A1-poort al beschikbaar zouden zijn.
Sneller ingebruikname
Verder wachten veel energieopslagsystemen al lange tijd op een netstudie en vervolgens op de installatie van de fysieke telecontrole. In het kader van de energietransitie pleiten ODE en PV-Vlaanderen voor het toelaten van de digitale telecontrole als tijdelijke oplossing in afwachting van de fysieke installatie.
Dat maakt het mogelijk om in de tussenperiode al in te zetten op zelfverbruik, flexibele afname in daluren en, voor gecombineerde installaties met zonnepanelen en batterijen, sneller hernieuwbare energie te produceren. Dit kan volgens PV-Vlaanderen gunstige gevolgen hebben voor de energiefactuur van burgers en bedrijven en de financiële haalbaarheid van deze projecten.
Bestaande installaties
Tot slot vragen de organisaties aandacht voor situaties waarbij een bestaande zonnepaneel- of energieopslaginstallatie aanwezig is op de locatie waar een nieuwe batterij bijgeplaatst wordt. Installaties die in het verleden geen telecontrole opgelegd kregen bij hun netstudie, zouden dat ook niet retroactief moeten krijgen door de toevoeging van een batterij. Wanneer er al telecontrole aanwezig is, stellen ODE en PV-Vlaanderen vast dat de huidige Netflexkast versie 5 niet compatibel is met oudere versies. In dat geval zou moeten gewerkt kunnen worden via de digitale API, of eventueel met 2 afzonderlijke Netflexkasten wanneer installaties achter een verschillende transformator zijn aangesloten.
De mei 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Het tijdschrift kent artikelen over Intersolar Europe, dubbele energiebelasting bij thuisbatterijen, recycling van batterijen en het Nationaal EMS Programma.