
In het rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) analyseren onderzoekers hoe Nederlandse huishoudens reageerden op de energieschaarste en de hoge energieprijzen in 2022 en 2023. De aanleiding was de Russische inval in Oekraïne in februari 2022, die leidde tot een scherpe stijging van de energieprijzen.
Opnieuw actueel
Tussen februari en september 2022 steeg de gemiddelde gasprijs voor huishoudens van 1,38 naar 3,32 euro per kubieke meter en de elektriciteitsprijs van 0,34 naar 0,73 euro per kilowattuur. De studie is nu opnieuw actueel: de Iranoorlog en de aanvallen op olieraffinaderijen en de blokkade van de scheepvaart in de Straat van Hormuz zorgen opnieuw voor stijgende energieprijzen.
De onderzoekers analyseerden energiegegevens van 40.000 huishoudens. Daaruit bleek dat een gemiddelde prijsstijging van 67 procent in het eerste kwartaal van 2023 leidde tot 12 procent minder gasverbruik bij de onderzochte groepen. Bij grotere prijsstijgingen in het laatste kwartaal van 2022 nam het verbruik nog sterker af. Het PBL schat dat ongeveer de helft van de totaal bereikte gasbesparing direct te verklaren is door de hogere gasprijs. De andere helft schrijven de onderzoekers toe aan maatschappelijke onzekerheid over de beschikbaarheid van energie.
Gedrag en investering
Opvallend is volgens de onderzoekers dat de zorgen van huishoudens afnamen nadat het prijsplafond werd aangekondigd en de energieprijzen daalden, ook al betaalden steeds meer huishoudens op dat moment juist meer doordat hun vaste contracten met lage tarieven afliepen.
De besparingen kwamen voornamelijk tot stand via gedragsverandering. Veel huishoudens zetten de thermostaat lager, verwarmden minder kamers en namen kortere douches. Tegelijkertijd versnelde de crisis de verduurzaming van woningen: huishoudens investeerden in isolatie, zonnepanelen en warmtepompen. Een deel van de besparing bleek structureel: ook nadat de energieprijzen in 2023 daalden, bleef het energiegebruik lager dan voor 2022.
Kwetsbare huishoudens
De onderzoekers wijzen er daarbij op dat de mogelijkheden van huishoudens om snel op grote prijsstijgingen te reageren begrensd zijn. Ander energiegedrag heeft een flink effect op comfort, en investeren in verduurzaming kost tijd en geld. Bovendien traden zogeheten plafondeffecten op: het energieverbruik daalde niet evenredig met de prijsstijging, omdat huishoudens de prijsstijging niet volledig konden opvangen.
Financieel kwetsbare huishoudens bespaarden in relatieve zin ongeveer evenveel energie als andere huishoudens, maar dat ging vaker ten koste van hun comfort. Voor huurders en huishoudens met een laag inkomen is energiebesparing bovendien extra lastig, zo constateert het PBL, omdat investeren in verduurzaming van de woning voor hen financieel moeilijk of weinig aantrekkelijk is.
Beleidsaanbevelingen
Het PBL doet naar aanleiding van het onderzoek een aantal beleidsaanbevelingen. Consistent en voorspelbaar beleid geeft huishoudens de tijd en het vertrouwen om te investeren in energiebesparing, stellen de onderzoekers. Subsidieregelingen moeten daarbij aansluiten op de werkelijke handelingsmogelijkheden van huishoudens.
Daarnaast pleit het planbureau voor zogeheten gebruiksafhankelijke tarieven in de energiebelasting. Dat is een systeem waarbij huishoudens over het eerste, onontkoombare deel van hun energieverbruik een lager belastingtarief per kilowattuur of kubieke meter betalen dan over een bovengemiddeld gebruik. Huishoudens die meer energie verbruiken, hebben gemiddeld immers meer mogelijkheden om te besparen en reageren ook sterker op prijsstijgingen. Zulke tarieven zijn vergelijkbaar met het principe dat ten grondslag lag aan het eerdere prijsplafond. Volgens het PBL kunnen zij zowel effectief als rechtvaardig zijn. Op dit moment lopen er al discussies over gebruiksafhankelijke nettarieven voor consumenten, maar voor de energiebelasting zelf is een dergelijke hervorming nog niet in voorbereiding.
In het rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) analyseren onderzoekers hoe Nederlandse huishoudens reageerden op de energieschaarste en de hoge energieprijzen in 2022 en 2023. De aanleiding was de Russische inval in Oekraïne in februari 2022, die leidde tot een scherpe stijging van de energieprijzen.
Opnieuw actueel
Tussen februari en september 2022 steeg de gemiddelde gasprijs voor huishoudens van 1,38 naar 3,32 euro per kubieke meter en de elektriciteitsprijs van 0,34 naar 0,73 euro per kilowattuur. De studie is nu opnieuw actueel: de Iranoorlog en de aanvallen op olieraffinaderijen en de blokkade van de scheepvaart in de Straat van Hormuz zorgen opnieuw voor stijgende energieprijzen.
De onderzoekers analyseerden energiegegevens van 40.000 huishoudens. Daaruit bleek dat een gemiddelde prijsstijging van 67 procent in het eerste kwartaal van 2023 leidde tot 12 procent minder gasverbruik bij de onderzochte groepen. Bij grotere prijsstijgingen in het laatste kwartaal van 2022 nam het verbruik nog sterker af. Het PBL schat dat ongeveer de helft van de totaal bereikte gasbesparing direct te verklaren is door de hogere gasprijs. De andere helft schrijven de onderzoekers toe aan maatschappelijke onzekerheid over de beschikbaarheid van energie.
Gedrag en investering
Opvallend is volgens de onderzoekers dat de zorgen van huishoudens afnamen nadat het prijsplafond werd aangekondigd en de energieprijzen daalden, ook al betaalden steeds meer huishoudens op dat moment juist meer doordat hun vaste contracten met lage tarieven afliepen.
De besparingen kwamen voornamelijk tot stand via gedragsverandering. Veel huishoudens zetten de thermostaat lager, verwarmden minder kamers en namen kortere douches. Tegelijkertijd versnelde de crisis de verduurzaming van woningen: huishoudens investeerden in isolatie, zonnepanelen en warmtepompen. Een deel van de besparing bleek structureel: ook nadat de energieprijzen in 2023 daalden, bleef het energiegebruik lager dan voor 2022.
Kwetsbare huishoudens
De onderzoekers wijzen er daarbij op dat de mogelijkheden van huishoudens om snel op grote prijsstijgingen te reageren begrensd zijn. Ander energiegedrag heeft een flink effect op comfort, en investeren in verduurzaming kost tijd en geld. Bovendien traden zogeheten plafondeffecten op: het energieverbruik daalde niet evenredig met de prijsstijging, omdat huishoudens de prijsstijging niet volledig konden opvangen.
Financieel kwetsbare huishoudens bespaarden in relatieve zin ongeveer evenveel energie als andere huishoudens, maar dat ging vaker ten koste van hun comfort. Voor huurders en huishoudens met een laag inkomen is energiebesparing bovendien extra lastig zo constateert het PBL, omdat investeren in verduurzaming van de woning voor hen financieel moeilijk of weinig aantrekkelijk is.
Beleidsaanbevelingen
Het PBL doet naar aanleiding van het onderzoek een aantal beleidsaanbevelingen. Consistent en voorspelbaar beleid geeft huishoudens de tijd en het vertrouwen om te investeren in energiebesparing, stellen de onderzoekers. Subsidieregelingen moeten daarbij aansluiten op de werkelijke handelingsmogelijkheden van huishoudens.
Daarnaast pleit het planbureau voor zogeheten gebruiksafhankelijke tarieven in de energiebelasting. Dat is een systeem waarbij huishoudens over het eerste, onontkoombare deel van hun energieverbruik een lager belastingtarief per kilowattuur of kubieke meter betalen dan over een bovengemiddeld gebruik. Huishoudens die meer energie verbruiken, hebben gemiddeld immers meer mogelijkheden om te besparen en reageren ook sterker op prijsstijgingen. Zulke tarieven zijn vergelijkbaar met het principe dat ten grondslag lag aan het eerdere prijsplafond. Volgens het PBL kunnen zij zowel effectief als rechtvaardig zijn. Op dit moment lopen er al discussies over gebruiksafhankelijke nettarieven voor consumenten, maar voor de energiebelasting zelf is een dergelijke hervorming nog niet in voorbereiding.
De mei 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Het tijdschrift kent artikelen over Intersolar Europe, dubbele energiebelasting bij thuisbatterijen, recycling van batterijen en het Nationaal EMS Programma.