logo
© Siraanamwong | Dreamstime.com
© Siraanamwong | Dreamstime.com
12 mei 2026

Energiegemeenschappen in België: ‘Tegenwerking commerciële partijen, socialiseer de kosten’

Energiecoöperaties zijn uitgegroeid tot een belangrijke factor in De Belgische energietransitie aldus Freddy Van Santfoort. ‘Over de uitrol van energiegemeenschappen raak ik echter meer en meer gefrustreerd.’

Hoe kwam jij in de wereld van Belgische energiecoöperaties terecht?
‘Ik word gedreven door alles wat kan bijdragen tot het verbeteren van het leven van mensen en het milieu. Daaruit ontstond in 2019 energiecoöperatie Noordlicht, die ik samen met dorpsgenoten uit Grimbergen opzette en zo een blinde vlek op de kaart van Vlaanderen invulde. Wij zijn lid van REScoop Vlaanderen, de federatie van energiecoöperaties. Die telt nu 20 leden, waaronder 1 uit Brussel. Bij REScoop Wallonië zijn nog eens 20 energiecoöperaties aangesloten.’

Dat zijn er niet veel in vergelijking met Nederland…
‘Belgische energiecoöperaties bestrijken elk een veel groter werkgebied, Noordlicht bijvoorbeeld 12 gemeenten. We realiseren gezamenlijk niet minder projecten dan in Nederland, vooral op het gebied van het ontwikkelen van wind- en zonne-energieproductie, maar ook elektrische deelmobiliteit, energiebesparing, en renovaties.’

Hoe belangrijk zijn energiecoöperaties voor de Belgische energietransitie?
‘Het begon meer dan 30 jaar geleden aan een keukentafel in Rotselaar, met de oprichting van Ecopower. Een groep mensen wilde stroom opwekken met een oude watermolen en die delen met de plaatselijke gemeenschap. Uiteindelijk werd een leveranciersvergunning verleend, onder strenge voorwaarden, wat voor versnelling en stelselmatige groei zorgde. Andere initiatieven volgden en inmiddels kunnen we spreken over een krachtige, gewestdekkende maatschappelijke beweging die bouwt aan een democratisch, eerlijk en duurzaam energiesysteem.’

Dat wijzen ook de cijfers uit?
‘Vorig jaar publiceerde REScoop Vlaanderen zijn Monitor Burgerenergie met de cijfers voor 2024. Energiecoöperaties hadden gezamenlijk zo’n 100.000 leden. Ze produceerden ongeveer 307 gigawattuur groene stroom per jaar. Samen investeerden ze in 2024 zo’n 36,5 miljoen euro; 61 procent in zonne-energie, 21 procent in windenergie en de rest in andere projecten zoals flexibiliteit en warmtenetten. De sector blijft groeien, onder andere met tientallen megawattpiek aan nieuwe hernieuwbare energieprojecten.’

100.000 leden is veel?
‘We zijn wellicht wat te bescheiden denk ik wel eens. Het grootste deel van die leden bestaat uit energie-afnemers bij Ecopower. Vertaal je dat naar huishoudens, dan heb je het over zo’n 250.000 mensen – ongeveer 4 procent van de Vlaamse bevolking. In Wallonië is de ordegrootte identiek. Er zijn velen die hun spaarcenten hebben geïnvesteerd in coöperatieve projecten, ook dat is vrij goed gelukt. De eerlijkheid gebiedt echter te zeggen dat het met de tijdgeest van nu – meer individualisme, minder oog voor de gemeenschap – lastiger is om nieuwe mensen aan te trekken. Positief is de toenemende samenwerking met overheidsdiensten, bijvoorbeeld VEKA, VVSG en ABB, en met andere middenveldorganisaties zoals Bond Beter Leefmilieu, Reset Vlaanderen, Saaamo die in dit kader ook naar oplossingen zoeken.’

De overheid ziet de toegevoegde waarde van energiecoöperaties voldoende?
‘Het lijkt erop dat we meer worden gedoogd dan ondersteund. De rode loper wordt in ieder geval niet uitgerold. Ook dit past in de veranderende tijdsgeest. Burgers lijken het steeds meer zelf te moeten opknappen. Een eigen plekje opeisen en een kritische houding wordt niet erg gewaardeerd, vele subsidies worden gereduceerd of geschrapt. Energiecoöperaties moeten al heel lang voornamelijk op eigen middelen overleven. In Nederland is de samenwerking met de overheid veel beter. En wat betreft energiegemeenschappen: dat is een dossier dat mij steeds meer frustreert.’

Waarom?
‘Europa verplichtte de lidstaten om lokaal energie produceren, delen en beheren mogelijk te maken middels energiegemeenschappen, in het kader van stimulering van de overgang naar een duurzame democratische energiemarkt en de strijd tegen energiearmoede. Er zijn twee soorten: hernieuwbare-energiegemeenschappen (HEG) waarbij lokale overheden en kmo’s aan het roer staan en energiegemeenschappen van burgers (EGB). Dat loopt niet zoals verwacht.’

Hoe dan?
‘Energiedelen – gratis of peer-to-peer verkoop met familie, vrienden of de buren – is een boekhoudkundige exercitie. Partij A deelt overproductie met partij B, waarbij gelijktijdigheid van opwek en verbruik een noodzakelijke voorwaarde is. Iemand moet de verrekening op zich nemen op basis van meetdata per kwartier en software: de netwerkbeheerder en de energieleveranciers. Dat kost tijd en geld, en de onbalanskosten nemen toe. Dat wordt doorberekend aan partijen A en B.’

Het probleem is?
‘De mogelijkheid om energie te delen is vanaf 2022 gefaseerd uitgerold in Vlaanderen. Dat begon met appartementen onder zeer beperkende voorwaarden. Zes maanden later werden die beperkingen weggenomen en peer-to-peer-verkoop mogelijk gemaakt. Nog een half jaar later volgde het opzetten van energiegemeenschappen. Energiedelen vraagt echter om balans; het zou je ten minste geen geld moeten kosten.’

Dat kost het wel?
‘Eind 2022 begonnen energieleveranciers voor het eerst administratieve kosten aan te rekenen aan mensen die deelnamen aan energiedelen: gemiddeld is dat 109 euro per jaar per deelnemer. Dat is belemmerend veel. Daarnaast: wie een energiegemeenschap opricht moet die bij de Vlaamse Nutsregulator melden, en ook dat gaat niet goed.’

Op welke manier?
‘Je hoeft slechte enkele gegevens aan te leveren, bijvoorbeeld de naam, activiteiten die je wil ontwikkelen, aantal en soorten deelnemers en hun zeggenschap. Daar zit geen enkele controle op. Klopt het allemaal wel, wat is je motivatie, is het wel in overeenstemming met wat wel en niet mag…? Dat betekent dat ook minder nobele partijen die niet voldoen aan die voorwaarden zich eenvoudig kunnen aanmelden. Het is kortom een rotzooitje. Dit is al meerdere malen aangekaart door verschillende partijen, voorlopig zonder resultaat. In het Brussels Gewest is het toezicht op de aanmelding een stuk beter geregeld.’

Er is een technische assistentiehub voor energiegemeenschappen in Vlaanderen opgezet…
‘Dat is een intiatief van het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) en maakt onder andere deel uit van het Vlaamse beleid rond het Lokaal Energie- en Klimaatpact (LEKP). De doelgroep is vooral de lokale overheden. Wat je ziet gebeuren: het start vaak met de beste intenties, niet alleen stroom van pv op gebouwen binnen het eigen gemeentelijk patrimonium delen, maar ook met burgers, al dan niet in energiearmoede. Dat laatste valt gedurende zo’n project echter vaak af, wegens het gebrek aan financieel resultaat, vooral omwille van die meerkosten.’

Wat moet gebeuren?
‘Energiedelen faciliteren kost leveranciers geld. Dat moet gerecupereerd worden. Ik veeg dat niet onder de mat. Maar nu is er gewoonweg sprake van tegenwerking: de commerciële energieleveranciers hebben er gewoonweg geen zin in. Die verhalen die kosten op de deelnemers, waardoor deelnemen duurder is dan niet deelnemen. Ik heb ook een eenvoudige berekening gemaakt. Wat wanneer we de kosten voor energiedelen socialiseren: met zijn allen dragen? Ik kom uit op een miniem bedrag: een halve euro per jaar per consument. Dat lijkt me dus een prima idee, gezien de enorme toegevoegde waarde van energiegemeenschappen voor onze energietransitie en de portemonnee van de mensen die iedere cent kunnen gebruiken. Nu gaat het absoluut te langzaam.’

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten