
Onderzoeksbureau CE Delft stelt in een nieuwe studie dat het realistisch haalbare flexibiliteitspotentieel oploopt van 0,6 tot 1,1 gigawatt in 2030 naar 3,9 tot 8,1 gigawatt in 2050. Bij flexibiliteit in elektriciteitsverbruik – ook wel vraagrespons en demand side response genoemd – verschuiven huishoudens of bedrijven op basis van een signaal hun elektriciteitsverbruik in de tijd. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en TKI Urban Energy.
Technisch potentieel groter
Het technisch potentieel ligt nog hoger. Tijdens momenten met piekbelasting kan tot 2,3 gigawatt in 2030 en 10,2 gigawatt in 2050 worden ontsloten. Dit is ongeveer gelijk verdeeld over woningen en utiliteitsbouw zoals logistiek, kantoren, onderwijs en zorg. Het potentieel bevindt zich voornamelijk in de laadvraag van elektrische voertuigen, gevolgd door hybride warmtepompsystemen en in mindere mate bij flexibele huishoudelijke apparaten waaronder thuisbatterijen.
Met het huidige business-as-usual-scenario wordt slechts 25 tot 35 procent van het potentieel ontsloten, terwijl 50 procent in 2030 tot 80 procent in 2050 haalbaar is. Deze flexibiliteit kan volgens de onderzoekers significant bijdragen aan een lokaal en decentraal energiesysteem als onderdeel van het centrale energiesysteem.
Businesscase vaak rendabel
In 2030 is mogelijk 60 procent van het potentieel rendabel en in 2050 bijna 100 procent. Er zijn dus nauwelijks meerkosten vereist voor het ontsluiten van deze flexibiliteit. Voor een woning kan het slim laden van de elektrische auto gemiddeld 120 euro per jaar besparen. De totale besparing op energiekosten bedraagt ongeveer 3 tot 10 procent van de jaarlijkse energierekening.
De businesscase van alle technieken is wel dun en onzeker, zeker voor het midden- en kleinbedrijf. Daardoor is het, zo benadrukt CE Delft, mogelijk niet aantrekkelijk voor marktpartijen om hiervoor producten te ontwikkelen. Het verbeteren van de businesscase kan primair door het ontwikkelen van congestiediensten en door het verlagen van de kosten van flexibilisering door innovatie, interoperabiliteit en opschaling.
Drie belemmeringen
Volgens CE Delft zijn er 3 belangrijke belemmeringen voor grootschalige uitrol. Ten eerste is flexibilisering vanwege de moeite die het kost, de onbekendheid en comfortwensen voor consumenten en utiliteit nog niet interessant genoeg. De absolute omvang van de economische verdiensten is vaak niet bepalend voor consumenten, maar verdiensten moeten wel aantrekkelijk genoeg zijn zodat marktpartijen producten ontwikkelen waar consumenten en bedrijven aan kunnen deelnemen.
Ten tweede zijn congestiediensten nog niet volwassen en daardoor geen zekere inkomstenbron voor het ontsluiten van flexibiliteit, vooral bij laagspanningsaansluitingen. Om flexibiliteit een haalbare oplossing voor het nijpende congestieprobleem te laten zijn, moeten netbeheerders vertrouwen krijgen in de oplossing en moeten marktpartijen voordat congestie echt ontstaat producten ontwikkelen en aanbieden.
Tot slot zijn er relatief hoge kosten voor het ontsluiten van flexibiliteit, welke verlaagd kunnen worden door innovatie, specifiek van home energy management systemen (hems) en vehicle-to-grid (v2g). De baten voor veel bedrijven en consumenten zijn maar een deel van 3 tot 10 procent van de totale jaarlijkse energierekening.
Beleidsaanbevelingen
Het onderzoeksbureau doet verschillende beleidsaanbevelingen om deze belemmeringen weg te nemen. Voor consumenten en bedrijven is ontzorging belangrijk via het ontwikkelen van flexproducten die aantrekkelijk zijn voor een grote groep, makkelijke informatievoorziening en toegang tot flexmarkten. Ook zijn gedragscampagnes gericht op flexibiliteit nodig, met nadruk op grote flexbronnen zoals elektrische auto’s, thuisbatterijen, zonnepaneelomvormers en warmtepompen.
Daarnaast moet de kennis over dit thema bij installateurs en energiecoaches worden vergroot, zodat ze eventueel in bestaande adviezen flexibiliteit mee kunnen nemen. Ook moet er beter inzicht komen in het prijsvoordeel van flexibilisering op energiemarkten en congestiediensten, bijvoorbeeld via het aanbod op maat van energieleveranciers door te werken met gedifferentieerde profielfactoren afhankelijk van het type apparaten van een woning en wel of geen flexibele sturing.
Congestiediensten ontwikkelen
Voor het grootschalig ontsluiten van flexibiliteit is op korte termijn alleen een congestiedienst mogelijk, zoals via congestiemanagement. Op langere termijn kan ook beprijzing of normering worden ingevoerd zoals alternatieve transportrechten of een noodknop, maar dit is vanwege juridische en ICT-belemmeringen de komende 3 tot 5 jaar niet realistisch.
Netbeheerders moeten daarom preventief flexibiliteit contracteren en oefenen met de inzet van flexibiliteit. Daarmee wordt het aantrekkelijk voor marktpartijen om producten te ontwikkelen en flexibiliteit te ontsluiten, zodat het betrouwbaar inzetbaar is als congestie grootschalig ontstaat. Ook moet er inzicht komen in de flexibiliteitsbehoefte per netgebied, nu en in de toekomst, eventueel opgenomen in contracten.
Het operationaliseren van geaggregeerde inkoop van flexibiliteit uit laagspanningsassets, bijvoorbeeld via het congestieplatform GOPACS, is eveneens belangrijk. GOPACS zal rond het eerste kwartaal van 2027 naar verwachting geaggregeerde inkoop van flexibiliteit mogelijk maken en rond het derde kwartaal van 2027 door alle ketenpartijen geïmplementeerd zijn.
Innovatie en standaardisatie
Op het gebied van innovatie moet worden overwogen een innovatiesubsidie in te voeren voor energiemanagementsystemen (ems) en slimme sturingssoftware van individuele apparaten. Ook moet worden ingezet op het standaard maken van vehicle-to-grid, wat waarde kent voor het systeem en eindgebruikers. Er moet daarbij specifiek worden ingezet op innovatie gericht op vehicle-to-grid bij logistiek.
Het verbeteren van standaardisatie in protocollen en interoperabiliteit in aansturing van apparaten is cruciaal, bijvoorbeeld door eisen in subsidies of normering. Voor utiliteit moet worden ingezet op flex-e-subsidies en ontzorging door eenvoudige producten om zo flexibiliteit te ontsluiten. Ook moet waar mogelijk in subsidies worden genormeerd op flexibiliteit, bijvoorbeeld in ontwerp en vereisten van flexibiliteitsmogelijkheden in warmtepompen.
De maart 2026-editie van Solar & Storage Magazine is verschenen. Het tijdschrift bevat artikelen over de vakbeurs Solar Solutions Amsterdam, stekkerbatterijen, zonnepaneelbeleid bij woningcorporaties en onderhoud van zonnepanelen.