
Wat is jouw achtergrond?
‘Ik ben techneut in hart en nieren, heb 5 bachelors op zak, onder meer in elektro-, proces- en meetregeltechniek. Na 6 jaar ontwikkeling van windparken – bij NedWind en NEG‑Micon – ging ik bij TenneT aan de slag, en werk nu alweer 20 jaar voor Alliander. Hoewel ik eigenlijk al 2 jaar met pensioen ben, werk ik er nog 1 dag in de week als vraagbaak en innovatieconsultant. Daarnaast neem ik deel aan diverse normcommissies, ben bijvoorbeeld betrokken bij de totstandkoming van 3 nieuwe Nederlandse Technische Afspraken (NTA’s): voor home energy management systems (hems), slimme thuisbatterijen en slimme zonnepaneelomvormers.’
Wat hebben jullie met balkonzonnepanelen?
‘Netbeheerders zijn geïnteresseerd in alles wat met de energietransitie te maken heeft, in het bijzonder als het met netbelasting te maken heeft. We zagen de netcongestieproblematiek van dit moment al lang geleden aankomen, deden in dat kader onder meer onderzoek naar cable pooling en de inzet van batterijen. Ook de aandacht voor balkonzonnepanelen is niet van gisteren. Als die grootschalig worden uitgerold wil je wel weten wat dat voor ons werk betekent.’
Jij houdt je daar ook persoonlijk mee bezig?
‘Ik begeleidde onder andere een startup van een collega, een fabrikant uit Arnhem, bij het ontwerpen en patenteren van een balkon-solar-product. Daarnaast ben ik vanuit Alliander bezig geweest met het onderzoeken of het allemaal veilig kan, al in 2022, waarmee we dus vooruitliepen op de Nederlandse marktontwikkeling aangaande deze plug-in-systemen.’
Wat onderzochten jullie exact?
‘De elektrische veiligheid: als aanrakingsgevaar, de kans op overbelasting, de wenselijke bekabeling en het gebruik van waterdichte stekkers. Wat betreft mechanische veiligheid waren onder andere het gewicht, windlast uit stijgwinden, paneelbeugels, corrosie, onderhoud en doe-het-zelf montage aandachtspunten.’
Met als resultaat?
‘Om te kijken of er aanrakingsgevaar bestaat achter het stopcontact maakten we een berekening in GAIA van phase-to-phase aangaande een denkbeeldige flat van 11 verdiepingen met op elk appartement een 600 watt balkon-pv geplaatst op fase L1. Nu is 800 watt de norm, maar dat maakt feitelijk niet uit. Van veiligheid-issues was geen sprake, ook niet ten aanzien van overbelasting van de kabel bij alle pv op een 1-fase-aansluiting. Ten aanzien van brandgevaar verwijzen we naar andere onderzoeken, die een toegevoegd brandrisico van 0,06 procent noemen. Ook de windlast is geen probleem, zelfs niet op hogere verdiepingen, als je tenminste gebruikmaakt van juiste beugels en montage, niet producten met een hoek van 30 graden die vangen op 11-hoog te veel krachten.’
Onder de streep?
‘Er is in principe sprake van weinig extra risico bij het plaatsen van balkonzonnepanelen als het op de juiste wijze gebeurt, niet wat betreft netbelasting en -storingen, niet ten aanzien van de elektrotechnische veiligheid in het gebouw en ook niet voor de omgeving, bijvoorbeeld als gevolg van het loskomen van zonnepanelen tijdens een storm. Maar dit soort plug-in producten, zoals micro-wkk’s, zijn uit de NEN 1010 geschrapt. Ze mogen dus worden verkocht, maar niet worden aangesloten volgens die norm, tenzij ze worden aangesloten op een aparte groep, wat de businesscase ondermijnt voor de kleine opwek. In de Europese laagspanningsnormen worden ze overigens nog steeds vermeld, en ook bij onze zuider- en oosterburen zijn ze toegestaan.’
Waarom zijn ze uit de NEN 1010 geschrapt?
‘Dat heeft te maken met principieel mogelijke overbelasting van een 1.5mm²-draad in huis, bijvoorbeeld naar lampen. Hierop wordt nooit een zwaar toestel aangesloten die een langdurige overbelasting kan veroorzaken van 21 ampère. Een standaard stopcontact en de bijbehorende 2,5 mm²‑bedrading zijn meestal ontworpen voor maximaal 10 à 16 ampère, terwijl een plug-in zonnepaneel bij aansluiting op zo’n stopcontact een belasting van ongeveer 16 ampère × 1,45 + 3,4 ampère (circa 800 watt) oplevert. Dat blijft binnen de belastbaarheid van die 2.5mm²-draad.’
Dat is onterecht?
‘Er zijn wel meer normen waar je vraagtekens bij kunt stellen. Nederland maakt echter in dit geval echt een uitzondering. In andere Europese landen zijn ze wel toegestaan en gaan ze al in grote getalen over de toonbank. Op andere plekken is grootschalige uitrol aanstaande door prijsdalingen. En als ze dadelijk ook hier in massa worden geplaatst, die ontwikkeling kun je echt niet tegenhouden, dan kun je maar beter zorgen dat het veilig gebeurt, dat er bijvoorbeeld niet 2 of 3 of meer systemen op 1 groep worden ingestoken.’
Middels normering?
‘Plug-in zonnepanelen en batterijen liggen gewoon in de schappen van bouwmarkten en je kunt ze overal online kopen. Ze maken betaalbare besparing op de energierekening en verduurzaming toegankelijk voor een grote groep mensen. Maar die hebben geen weet van normen, en zijn zich doorgaans ook niet bewust van risico’s. En of handleidingen goed worden gelezen is natuurlijk ook de vraag. Maar het is eenvoudig je daarop te wijzen als je een appje installeert.’
Hoe kan het dan wel?
‘Producten kunnen slimmer worden gemaakt, zodat bijvoorbeeld verschillende plug-in-systemen voor de opwek en opslag van zonnestroom met elkaar kunnen communiceren en gezamenlijk zorgen dat energiestromen in woningen en gebouwen hun maximale waarden niet overstijgen. Daarnaast: installateurs verkopen ook steeds vaker plug-in-producten, met name batterijen. Dat kun je doen als dozenschuiver, maar ook waarde toevoegen door gedegen advies te bieden. Hopelijk pakken steeds meer bedrijven die rol. Bovendien kunnen verzekeraars een groots verschil maken. Als schade die ontstaat door onveilige plaatsing – bijvoorbeeld door een stekker in een ongeaard stopcontact te steken of meerde systemen op 1 groep in te pluggen – niet wordt gedekt, dan denken mensen wel 2 keer na voordat ze zomaar wat doen.’
De maart 2026-editie van Solar & Storage Magazine is verschenen. Het tijdschrift bevat artikelen over de vakbeurs Solar Solutions Amsterdam, stekkerbatterijen, zonnepaneelbeleid bij woningcorporaties en onderhoud van zonnepanelen.