
In de eerste 2 maanden van 2026 was windenergie een van de werkpaarden van de energieproductie. De opbrengst lag 30 procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. In maart kwamen ook de zonnepanelen weer serieuzer in productie, wat bijdroeg aan de totale hernieuwbare energieproductie.
Warmtepompen
Door de relatief koude januarimaand droegen warmtepompen ook meer bij aan de energieproductie dan vorig jaar. De bijdrage kwam in het eerste kwartaal uit op bijna 8 petajoule. Een jaar geleden was dat ruim 4 petajoule. De stijging kwam door de groei van warmtepompen en airco’s en omdat het dit jaar in het eerste kwartaal iets kouder was dan in hetzelfde kwartaal vorig jaar.
Rekening houdend met het feit dat warmtepompen stroom verbruiken om warmte op te wekken, komt de totale gasbesparing op zo’n 125 miljoen kubieke meter uit. Dit is ruim één volle tanker met lng, of het jaarverbruik van 100.000 huishoudens.
Miljarden bespaard
Als Nederland helemaal geen hernieuwbare opwek had gehad, zou er in deze 3 maanden 115 petajoule met fossiele energie moeten zijn opgewekt. In de praktijk zal dit vooral gas en olie zijn geweest, naast kolen en biomassa. Stel het was allemaal gas, dan leidt hernieuwbare energie volgens Energieopwek.nl tot een besparing van ongeveer 4 miljard kubieke meter gas, wat circa 1,5 miljard euro zou hebben gekost. Hierbij is uitgegaan van de gemiddelde gewogen gasprijs van 37 euro per megawattuur over de eerste 3 maanden van dit jaar. Nederland zou dan ook 7.100 kiloton CO2 extra hebben uitgestoten.
Het effect van de opwek van duurzame energie op de prijs werd dit kwartaal opneuw duidelijk. Tijdens de pieken in stroomvraag in de ochtend en de vroege avond moet fossiele opwek nog flink bijspringen. Dat leidt altijd tot hogere day-aheadprijzen. Door de oorlog in Iran moet er nu in de piekperiodes fors meer betaald worden. Op momenten dat het duurzame aanbod groter is, is stroom veel goedkoper.
Minder negatieve prijzen
Door hoge stroomexport lag dit kwartaal het aantal uren dat stroom bijna niets opleverde lager dan vergelijkbare periode vorig jaar. Het kwam een kleine 20 uur voor tegen 52 uur vorig jaar. Bij negatieve prijzen is het voor producenten aantrekkelijker windmolens stil te zetten en zonnepanelen af te schakelen.
In januari was het vooral de overvloedige windproductie die voor afschakelen zorgde. In maart werd het effect van meer zonne-energie al merkbaar bij het curtailen. Al met al koste curtailment Nederland 2 procent, ofwel 1 petajoule van de duurzame opwek aan zon en wind. Dat staat gelijk aan zo’n 30 miljoen kubieke meter gas.
Meer dan helft
Van de geproduceerde stroom kwam dit kwartaal 54 procent uit hernieuwbare bronnen tegenover 47 procent vorig jaar. Als er niet had hoeven worden afgeschakeld was dat 55 procent geweest. Dat is meer dan het vergelijkbare kwartaal vorig jaar.
|
Elektriciteit |
2025 |
|
Conventioneel |
46 procent |
|
Wind-op-zee |
17 procent |
|
Wind-op-land |
16 procent |
|
Zon-pv |
13 procent |
|
Biomassa |
8 procent |
Elektrificatie
Het finale energiegebruik in Nederland bestaat uit 3 onderdelen; voor 55 procent uit warmte voor gebouwen en industrie, voor 25 procent uit transport in de vorm van weg- en vliegverkeer en tot slot voor 20 procent uit het stroomverbruik. Door elektrificatie van de industrie, vervoer, koken en verwarmen zal het aandeel elektriciteit groeien.
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) berekent dat dit in 2030 ongeveer uitkomt op 24 procent van het finale gebruik. Daarvan is dan 75 procent hernieuwbaar. In die berekening zit nog niet de aangekondigde extra 10 gigawatt aan windmolens op zee.
De maart 2026-editie van Solar & Storage Magazine is verschenen. Het tijdschrift bevat artikelen over de vakbeurs Solar Solutions Amsterdam, stekkerbatterijen, zonnepaneelbeleid bij woningcorporaties en onderhoud van zonnepanelen.