
De consument investeerde in november 2021 ruim 58.628 euro in zonnepanelen nadat hij van de klantenservice van het energiebedrijf per mail had vernomen dat overtollige stroom vergoed zou worden tegen het kale tarief per kilowattuur.
Zeer lage stroomprijs
Het bedrijf leeft deze afspraak na, maar hanteert sinds medio 2024 echter een zeer lage stroomprijs. De terugleververgoeding bedroeg vanaf juli 2024 slechts 0,04 euro per kilowattuur en werd per 1 januari 2025 verder verlaagd naar 0,01 euro per kilowattuur.
Daarnaast verhoogde het energiebedrijf de vaste leveringskosten van 99,17 naar 2.066,12 euro per jaar. Dit is bijna 21 keer zoveel. De consument vindt dat de tarieven niet voldoen aan de toezeggingen die het bedrijf in de herfst van 2021 deed. Hij verlangt dat het bedrijf met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2024 een gangbare, concurrerende stroomprijs vergoedt van tenminste 0,13737 euro per kilowattuur voor de energie die hij per saldo teruglevert.
Modelcontract zonder ruimte
Het energiebedrijf stelt dat de toezichthouder verantwoordelijk is voor het toezicht op de te hanteren tarieven. De bestreden vaste en variabele leveringskosten zijn volgens het bedrijf getoetst door de toezichthouder en als niet onredelijk bestempeld. De consument heeft een modelcontract, een contract voor onbepaalde tijd met variabele tarieven.
Het bedrijf voert aan dat de voorwaarden van een modelcontract geen mogelijkheid bieden voor het introduceren van terugleverkosten per opgewekte kilowattuur. Gelet op die beperking heeft het bedrijf ervoor gekozen verhoogde vaste leveringskosten te hanteren. Het bedrijf begrijpt dat het in rekening brengen van de meerkosten als gevolg van zonnepanelen door klanten niet altijd wordt gewaardeerd, zeker als dat een forse verhoging van de kosten oplevert. Het energiebedrijf verwijst naar een rapport van ACM uit maart 2024 waarin de toezichthouder concludeerde dat zonnepaneeleigenaren meerkosten veroorzaken.
4 vragen
De geschillencommissie overweegt dat de consument aanvoert dat de aan hem per 1 juli 2024 en 1 januari 2025 berekende tarieven evident onredelijk zijn. De commissie is bevoegd het geschil te beoordelen, maar stelt onvoldoende voorgelicht te zijn. Daarom heeft de commissie 4 aanvullende vragen gesteld die beantwoord moeten worden door het energiebedrijf.
Ten eerste wil de commissie weten of de per 1 juli 2024 en 1 januari 2025 gehanteerde tarieven alleen op deze consument van toepassing zijn. Ten tweede vraagt de commissie, indien die vraag ontkennend wordt beantwoord, op welke groep klanten de tarieven van toepassing zijn, bijvoorbeeld alleen klanten met een modelcontract of alle klanten.
Uitspraak
De derde vraag betreft of de tarieven gemeld zijn aan de toezichthouder en of het bedrijf van de toezichthouder een reactie heeft ontvangen. Tot slot wil de commissie bevestigd krijgen dat de consument gelijk te stellen is aan een consument, zodat op hem de aan een consument toekomende rechten van toepassing zijn.
Het energiebedrijf moet de 4 vragen binnen 14 dagen na verzending van de beslissing beantwoorden. De consument kan daarop eveneens binnen 14 dagen reageren. De commissie zal vervolgens een uitspraak doen in het geschil (red. de uitspraak van de Geschillencommissie heeft naar alle waarschijnlijkheid al plaatsgevonden, maar is nog niet officieel bekendgemaakt).
De maart 2026-editie van Solar & Storage Magazine is verschenen. Het tijdschrift bevat artikelen over de vakbeurs Solar Solutions Amsterdam, stekkerbatterijen, zonnepaneelbeleid bij woningcorporaties en onderhoud van zonnepanelen.