
Wat betekent het voor de uitrol van pv bij woningcorporaties, de verduurzaming van hun woningen in het algemeen en niet te vergeten hun huurders? Stilstand is een te groot woord, zegt Sander van der Laan wanneer hij gevraagd wordt naar de uitrol van zonnepanelen bij woningcorporaties. Ook Norm – de grootste partij in dit marktsegment – ziet dat het tempo lager ligt dan een paar jaar geleden.
Niet zo slecht
‘De terugval van de zonnepanelenmarkt sinds 2023 raakt uiteraard ook woningcorporaties’, aldus Van der Laan. ‘Maar bij hen verloopt dat in een ander tempo dan bij woningbezitters. Corporaties maken hun keuzes vanuit een langetermijnstrategie, anders dan consumenten. Keuzes worden goed overwogen. Daarnaast lopen projecten langere tijd. In 2024 was er nauwelijks verschil met de jaren daarvoor. Het tempo lag nog steeds hoog. In 2025 liep ons werk 30 tot 35 procent terug. Dat hangt vooral samen met een daling van de huurdersparticipatie van 80 naar 45 tot 50 procent. In vergelijking met de bredere consumentenmarkt is dat nog altijd een relatief stabiel niveau. Wat ons helpt, is onze omvattende aanpak. Naast installatie richten wij ons ook op monitoring en onderhoud van systemen. Daarnaast zijn we al in 2024 gestart met verbreding naar warmtepompen en thuisbatterijen.’
Pas op de plaats
Maarten Corpeleijn, onder meer bekend van Zonnig Huren dat onafhankelijk adviseert bij realisatie van zonnepanelen op corporatiewoningen, heeft een negatiever beeld van de pv‑markt in de sociale huursector. Bij hem kloppen dan ook vooral de corporaties aan die met hun handen in het haar zitten, vertelt hij. ‘De bereidwilligheid van deelname aan projecten bij huurders is danig afgenomen’, vertelt hij. ‘Waar eerder met gemak 70 procent werd gehaald, is dat nu vaak nog maar 30 procent of minder. Dat komt uiteraard door de terugleverkosten die energieleveranciers in rekening brengen en het afschaffen van de salderingsregeling vanaf 2027, maar vooral ook doordat de negatieve koppen in diverse media worden geloofd. Dat maakt dat veel woningcorporaties nu pas op de plaats maken aangaande pv, en pas weer aanbieden als er duidelijkheid is vanuit Den Haag.’
Ingrijpende maatregel
Van der Laan sluit bij Corpeleijn aan, spreekt over een herijking van woningcorporaties en wijst op hun bredere opdracht rond verduurzaming. Zo moeten ze volgens de Nationale Prestatieafspraken alle sociale huurwoningen met energielabels E, F en G vóór het einde van 2028 uitfaseren. Dat betekent in veel gevallen starten met isolatie, een belangrijke stap in de verduurzaming van het bezit. Veel woningcorporaties zetten die stap, terwijl de kosten voor bedrijfsvoering en onderhoud oplopen. Toch blijven zij investeren in hun woningen en huurders. Daarnaast ligt er veel focus op nieuwbouw.
Energiearmoede
‘Er wordt dus kritisch naar de uitgaven gekeken’, aldus Van der Laan. ‘Dat is begrijpelijk in deze tijd. Sommige woningcorporaties kiezen ervoor om zonnepaneelprojecten in de wacht te zetten, terwijl andere juist doorgaan met lopende of nieuwe projecten. Daarbij staat voor veel corporaties één doel centraal: het terugdringen van energiearmoede onder hun huurders. Met het einde van saldering in zicht onderzoeken steeds meer partijen daarnaast hoe oplossingen zoals thuisbatterijen kunnen bijdragen aan een beter rendement voor huurders.’
Politieke beloftes
Met welke vragen kloppen woningcorporaties aan bij Corpeleijn? Die gaan veelal over het verdienmodel voor huurders in het post‑salderingstijdperk. De centrale vraag is of de gevraagde bijdrage nog reëel is. Die loopt uiteen per woningcorporatie, van niets tot 1,50 euro tot 3,80 euro per zonnepaneel per maand. Wat is redelijk? Wat is er in het verleden beloofd? Moet en zo ja, kan die omlaag? Corpeleijn rekent met corporaties aan scenario’s op basis van politieke ontwikkelingen en marktontwikkelingen, en helpt bij het maken van keuzes.
2,20 tot 4,20 euro
‘In het worstcasescenario blijven de terugleverheffingen en is teruggeleverde stroom per saldo nagenoeg waardeloos’, vertelt Corpeleijn. ‘In het beste geval stijgen de stroomtarieven weer – niet goed voor de huurder, maar de besparing door zonnepanelen neemt toe.’
Onder meer uitgaande van 28 tot 35 procent zelfverbruik van zonnestroom en diverse andere aannames, bijvoorbeeld aangaande stroomprijzen en injectievergoedingen, komt hij uit op 2,20 tot 4,20 euro besparing per zonnepaneel, afhankelijk van het vermogen van de zonnepanelen en de ontwikkelingen in regelgeving en markt.
Lees het volledige artikel hieronder in de maart 2026-editie van Solar & Storage Magazine.
De maart 2026-editie van Solar & Storage Magazine is verschenen. Het tijdschrift bevat artikelen over de vakbeurs Solar Solutions Amsterdam, stekkerbatterijen, zonnepaneelbeleid bij woningcorporaties en onderhoud van zonnepanelen.