
Stichting sportpark had in 2022 en 2023 zonnepanelen laten plaatsen op het clubgebouw. De vereniging kende de mogelijkheid om via de SDE++-regeling subsidie aan te vragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voor de op te wekken en terug te leveren energie. Voor de installatie van de zonnepanelen had de vereniging een installatiebedrijf ingeschakeld. Dit bedrijf liet in een e-mailbericht van 14 juni 2022 weten dat het de subsidieaanvraag liet doen door een leverancier van zonnepanelen.
Contact over machtiging
Op 4 juli 2022 heeft een medewerker van de leverancier telefonisch contact opgenomen met de voorzitter van de sportvereniging. In dat gesprek werd besproken dat de vereniging een subsidieaanvraag wilde en dat hiervoor een machtigingsformulier moest worden ingevuld. De leverancier stuurde diezelfde dag nog een machtigingsformulier toe, dat de vereniging direct ondertekende en retourneerde. In de beleving van de vereniging was de opdrachtverstrekking toen rond.
Leverancier ontkent opdracht
De leverancier betwist dat er in het telefoongesprek een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen. Een medewerker van de leverancier verklaarde zich geen telefoongesprek met de voorzitter te herinneren, laat staan een gesprek waarin de opdracht is aanvaard om een subsidieaanvraag in te dienen. De leverancier stelde dat haar gebruikelijke werkwijze is om subsidieaanvragen te verrichten voor een installateur en niet voor de eindklant.
Geen duidelijke opdracht
De rechtbank oordeelt dat uit de stellingen van de vereniging niet kan worden afgeleid dat in het telefoongesprek een opdracht is aangenomen door de leverancier. Ook kan niet worden afgeleid dat de opdracht door specifiek de vereniging is verstrekt. De rechtbank wijst erop dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen het verstrekken van een bevoegdheid om iemand te vertegenwoordigen als gevolmachtigde en het tot stand komen van een overeenkomst van opdracht.
Machtiging geen opdracht
Het door de leverancier opvragen van een machtiging bij de vereniging vormt volgens de rechtbank onvoldoende grond voor het oordeel dat de leverancier zich ertoe had verbonden om de subsidieaanvraag daadwerkelijk in te dienen.
Tegen de achtergrond dat de leverancier via het installatiebedrijf de contactgegevens had verkregen en zelf het initiatief nam voor het leggen van contact, is het volgens de rechtbank niet onlogisch dat de leverancier een voor de feitelijke subsidieaanvraag vereiste machtiging alvast heeft opgevraagd bij de vereniging.
Geen opdrachtrelatie aangetoond
De rechtbank constateert dat de vereniging er lange tijd van uit is gegaan dat het installatiebedrijf een opdracht had verstrekt voor de subsidieaanvraag, terwijl dit kennelijk niet het geval was. Dit blijkt uit diverse e-mailberichten van de vereniging zelf aan de leverancier.
Tegen deze achtergrond heeft de vereniging volgens de rechtbank onvoldoende concreet gesteld wat er in het telefoongesprek is besproken dat de conclusie rechtvaardigt dat door haar opdracht is gegeven aan de leverancier om de subsidie aan te vragen.
Proceskosten voor vereniging
De rechtbank wijst alle vorderingen van de vereniging af. De vereniging moet daarom de proceskosten betalen, die zijn begroot op 5.601 euro. Deze kosten bestaan uit 2.995 euro griffierecht, 2.428 euro salaris advocaat en 178 euro nakosten. De vereniging moet ook de wettelijke rente over de proceskosten betalen als deze niet binnen 14 dagen na aanschrijving zijn betaald.
De Solar & Storage Magazine Marktgids 2026 is verschenen. De jaarlijks terugkerende marktgids biedt een totaaloverzicht van de energieopslag- en zonne-energiemarkt en is een bijlage van de december 2025-editie van Solar & Storage Magazine. De marktgids kent dit jaar 14 rubrieken en bovendien zijn in samenwerking met een groot aantal bedrijven en organisaties de belangrijkste ontwikkelingen qua projecten, markt en technieken in kaart gebracht.