
Een bedrijf uit Amsterdam had Oekraïense vluchtelingen opgeleid om zonnepanelen te installeren. In juni 2022 maakten het Amsterdamse bedrijf en een installateur uit Midden-Nederland afspraken over installatiewerkzaamheden in onderaanneming. Van juni tot september 2022 factureerde het bedrijf in totaal 27.793,79 euro voor dat werk. De installateur liet daarvan 9.801 euro onbetaald.
Tegenvordering voor materiaal
De installateur stelde echter een tegenvordering in. Hij had in augustus 2022 een pallet met 36 zonnepanelen afgeleverd bij de woning van de directeur van het Amsterdamse bedrijf. Later werden 12 zonnepanelen opgehaald en 2 zonnepanelen nageleverd, waardoor er 26 zonnepanelen overbleven. Ook kreeg de directeur montagemateriaal mee.
In december 2022 bracht de installateur dit materiaal in rekening voor in totaal 7.096,86 euro. Het Amsterdamse bedrijf betaalde deze rekening niet.
E-mailcorrespondentie doorslaggevend
Het Amsterdamse bedrijf beweerde dat de zonnepanelen ongevraagd waren afgeleverd en als persoonlijk geschenk aan de directeur bedoeld waren. De kantonrechter oordeelde echter na het horen van getuigen dat er wel degelijk sprake was van een overeenkomst. Het gerechtshof sluit zich daarbij aan en wijst op de e-mailcorrespondentie tussen partijen.
De directeur had op 3 augustus 2022 een e-mail gestuurd waarin hij toestemming gaf voor 26 zonnepanelen op zijn eigen dak ‘als het makkelijk kan’. De installateur reageerde daarop dat dit project verrekend kon worden met openstaande facturen. ‘Zonder toelichting valt tegen de achtergrond van de e-mailcorrespondentie niet in te zien dat dit als een persoonlijk geschenk is opgevat’, aldus de rechtbank.
Discussie over gewerkte uren
De installateur betwistte ook de hoogte van de facturen van het Amsterdamse bedrijf. Hij stelde dat er te veel uren in rekening waren gebracht. Volgens hem had de directeur van het bedrijf de uren ‘op goed geluk’ ingevuld. Het hof volgde deze redenering niet.
Het Amsterdamse bedrijf was voor de opgave van uren afhankelijk van specificaties van de installateur zelf, maar die werden niet aangeleverd. De producties die de installateur later inbracht waren volgens het hof niet meer dan een kale betwisting zonder concrete gegevens over aanvangs- en eindtijden van arbeidskrachten op projecten.
Verrekening en rente
Het hof oordeelde dat beide vorderingen geldig waren en verrekend konden worden. Na verrekening blijft er 2.704,13 euro aan hoofdsom over. Daarbovenop komen buitengerechtelijke incassokosten van 395,41 euro, wat uitkomt op in totaal 3.099,54 euro. Ook is de installateur vanaf 29 september 2022 wettelijke handelsrente verschuldigd over de hoofdsom.
Beide partijen waren in hoger beroep gegaan tegen het vonnis van de kantonrechter. Het hoger beroep van het Amsterdamse bedrijf slaagde gedeeltelijk, namelijk voor wat betreft de handelsrente en buitengerechtelijke kosten. Het hoger beroep van de installateur slaagde niet. Omdat beide partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, bepaalde het hof dat ze elk hun eigen proceskosten moeten dragen.
De maart 2026-editie van Solar & Storage Magazine is verschenen. Het tijdschrift bevat artikelen over de vakbeurs Solar Solutions Amsterdam, stekkerbatterijen, zonnepaneelbeleid bij woningcorporaties en onderhoud van zonnepanelen.