logo
© Politie
© Politie
27 januari 2026

Rechtbank veroordeelt transporteur voor diefstal zonnepanelen

De Rechtbank Rotterdam heeft een vervoerder uit Portugal veroordeeld tot betaling van ruim 111.000 euro aan een logistiek dienstverlener wegens het verlies van een lading zonnepanelen.

De logistiek dienstverlener verzorgde in 2022 voor een Chinese klant het vervoer van 30 zendingen zonnepanelen van Rotterdam-Maasvlakte naar Albufeira in Portugal. Het bedrijf had daarvoor het Portugese transportbedrijf ingeschakeld. Een van de zendingen, met opdrachtnummer 222012018/012, is nooit op de bestemming aangekomen. De waarde van de verloren lading bedroeg 121.186,13 Amerikaanse dollar, omgerekend 111.292,25 euro.

Vervalste vrachtbrief
Op 19 december 2022 nam een chauffeur met een boxtrailer de zonnepanelen in ontvangst bij de logistiek dienstverlener. Deze chauffeur kon alle benodigde gegevens noemen, waaronder het containernummer, het referentienummer en de naam van de Chinese opdrachtgever. In februari 2023 bleek dat de zonnepanelen nooit in Albufeira waren afgeleverd.

Toen de logistiek dienstverlener navraag deed bij de vervoerder, antwoordde het transportbedrijf dat de zending wel was afgeleverd. Het bedrijf voegde zelfs een CMR-vrachtbrief toe die was getekend voor aflevering. Later bleek deze vrachtbrief vervalst te zijn. Het bedrijf had het vervoer op zijn beurt uitbesteed aan een ondervervoerder uit Oostenrijk, die de chauffeur zou hebben ingeschakeld.

De rechtbank oordeelt dat de chauffeur die de zonnepanelen in ontvangst nam onder de juridische verantwoordelijkheid van de vervoerder valt. Het transportbedrijf had eerder al de vrachtprijs voor deze zending aan de logistiek dienstverlener gefactureerd en had ook een CMR-afleverbewijs met een vervalste handtekening overgelegd.

Opzet chauffeur
De logistiek dienstverlener stelde dat de chauffeur de zonnepanelen nooit heeft willen afleveren en voor zichzelf wilde houden. Omdat deze chauffeur onder de juridische verantwoordelijkheid van de vervoerder valt, is volgens de rechtbank juridisch gezien sprake van opzet van vervoerder in de zin van artikel 29 van het CMR-verdrag dat het internationale goederenvervoer over de weg regelt.

Door de opzet kan de vervoerder zich niet beroepen op uitsluiting of beperking van aansprakelijkheid zoals normaal mogelijk is onder het CMR-verdrag. De vervoerder probeerde zich nog te beroepen op eigen schuld van de logistiek dienstverlener, omdat het geen kentekennummer had doorgegeven voorafgaand aan het transport. De rechtbank verwierp dit verweer. Volgens de rechter was er geen harde afspraak dat de vervoerder het kentekennummer moest doorgeven. Op de opdrachten stond alleen een verzoek vermeld met de tekst ‘Please Advise’.

Geen rechterlijke matiging
De rechtbank Rotterdam veroordeelde het Portugese bedrijf en de Oostenrijkse ondervervoerder hoofdelijk tot betaling van 111.292,25 euro aan schadevergoeding, vermeerderd met 5 procent rente per jaar vanaf 4 december 2023.

Daarnaast moeten zij 1.600 euro aan expertisekosten en de proceskosten betalen.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten