logo
© Robert van 't Hoenderdaal | Dreamstime.com
© Robert van 't Hoenderdaal | Dreamstime.com
15 januari 2026

Rechter wijst zonnepark IJsselmuiden af wegens landschapswaarde

De rechtbank Overijssel heeft de komst van een zonnepark van 11,1 hectare in de polder bij IJsselmuiden afgewezen. Het project zou de weidsheid en openheid van het landschap volgens de gemeente te veel aantasten.

De rechtbank Overijssel heeft het beroep van de projectontwikkelaar tegen de afwijzing van een omgevingsvergunning voor het zonnepark bij IJsselmuiden ongegrond verklaard.

Boven maaiveld
De gemeenteraad van Kampen had geweigerd een verklaring van geen bedenkingen af te geven, waardoor het college van burgemeester en wethouders de aanvraag moest afwijzen.

De ontwikkelaar wilde op percelen aan de Rijksstraatweg een zonnepark van 11,1 hectare realiseren in de polder bij IJsselmuiden. De aanvraag werd op in december 2022. Het zonnepark zou met een hoogte van ongeveer 2,10 meter boven het maaiveld uitkomen. Tussen en onder de tafels met zonnepanelen zou kruidenrijk grasland worden ingezaaid.

In strijd met bouwsteen
De gemeenteraad baseerde de weigering van de verklaring van geen bedenkingen op de Bouwsteen energie omgevingsvisie, die in april 2020 werd vastgesteld. Het project zou in strijd zijn met meerdere criteria uit deze bouwsteen, die voorwaarden stelt aan de realisatie van zonneparken.

Het eerste en zwaarwegendste criterium betrof het weidse karakter van de omgeving. De rechtbank oordeelde dat de polder zich kenmerkt door weidsheid en openheid en dat het zonnepark daarop een grote inbreuk zou maken. Het project zou vanaf de Rijksstraatweg goed zichtbaar zijn en de grootschalige, onbebouwde eenvormigheid van het gebied aantasten, ongeacht de geplande rietkragen rond het park.

Geen hoofdinfrastructuur
Ook oordeelde de rechtbank dat het zonnepark niet voldeed aan het criterium dat zonneparken bij voorkeur langs hoofdinfrastructuur moeten liggen. De Rijksstraatweg moet volgens de rechtbank worden aangemerkt als een erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, en behoort daarmee niet tot de hoofdinfrastructuur. De rechtbank volgde hierbij de definities van het kennisinstituut CROW.

Verder was de rechtbank het met de gemeenteraad eens dat het glastuinbouwgebied niet gelijk gesteld kan worden aan een bedrijven- of industrieterrein, waardoor ook niet werd voldaan aan het criterium dat zonneparken bij voorkeur op of nabij zo'n terrein gerealiseerd worden. Een glastuinbouwgebied heeft volgens de rechtbank een kleinere mate van stedelijke verdichting en een ander grondgebruik.

Wel meervoudig gebruik
De rechtbank oordeelde wel dat sprake zou zijn van meervoudig ruimtegebruik, omdat op ongeveer 28 procent van het terrein een bijdrage zou worden geleverd aan de biodiversiteit. Ook zou drukdrainage worden aangebracht om veenverbranding tegen te gaan en zou het project bijdragen aan waterbuffering. Dit was echter onvoldoende om de andere tekortkomingen te compenseren.

Het ontbreken van cable pooling – waarbij de netaansluiting ook gebruikt wordt door andere installaties voor duurzame energie – werd eveneens meegewogen in het oordeel. De ontwikkelaar had gesteld dat dit niet mogelijk was omdat er geen partij wilde meewerken, maar de rechtbank oordeelde dat dit de gemeente niet belette dit aspect mee te wegen.

Geen vooringenomenheid
De ontwikkelaar had aangevoerd dat de gemeenteraad vooringenomen had gehandeld, omdat het college eerder tweemaal een positieve principeverklaring had afgegeven. De rechtbank zag hierin geen aanknopingspunten. De gemeenteraad heeft volgens de uitspraak een eigen rol en bevoegdheid en is niet gebonden aan een voorlopig standpunt van het college.

Ook de stelling dat sprake was van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel werd verworpen. Volgens de rechtbank was al sinds 2014 in het bestemmingsplan opgenomen dat zonneparken in principe niet worden toegestaan en dat per initiatief een beoordeling wordt gemaakt. Deze beleidslijn werd voortgezet in de bouwsteen uit 2020.

De rechtbank oordeelde al met al dat de gemeenteraad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het zonne-energieproject in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De omstandigheid dat de ontwikkelaar veel tijd en geld had gestoken in de voorbereiding behoorde volgens de rechtbank tot het ondernemersrisico. De afwijzing van de omgevingsvergunning blijft daarom in stand.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten