
Het openstellingsbudget van 78 miljoen euro is lager dan de 100 miljoen euro die in 2025 beschikbaar was. Minister Hermans verwacht dat dit bedrag ruim voldoende is om alle projecten te steunen die een aanvraag zullen doen. In 2025 werd van het budget van 100 miljoen euro uiteindelijk slechts 24,3 miljoen euro benut.
Basisbedragen verhoogd
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft voor 2026 de basisbedragen van verschillende categorieën verhoogd om aan te sluiten bij stijgingen van de investerings- en operationele kosten.
Een ander belangrijke wijziging betreft de verruiming van de categoriegrens voor kleinschalige zonnepanelen op een grootverbruikersaansluiting. Deze grens wordt verhoogd van 500 naar 1.000 kilowattpiek. De huidige grens werd volgens de minister als beperkend ervaren, waardoor projecten die groter zijn in verschillende delen over meerdere jaren werden gerealiseerd om binnen deze grens te vallen. Hermans: ‘Het kabinet vindt verruiming wenselijk omdat het bij projecten tot 1 megawattpiek nog gaat om relatief kleinschalige projecten. De verruiming draagt naar verwachting bij aan effectievere stimulering. De eis om bij de aanvraag een verklaring geschiktheid dak of gevel mee te sturen, geldt voortaan voor projecten tot 1 megawattpiek in plaats van 500 kilowattpiek. De eis voor het meesturen van een dakconstructieverklaring geldt voortaan voor projecten vanaf 1 megawattpiek.’
Zwakke daken
Voor alle categorieën zon-op-dakprojecten worden verder nieuwe subsidiecategorieën toegevoegd voor zwakke daken. Met deze subsidie worden de kosten vergoed voor versterking van de dakconstructie die nodig is om zonnepanelen te kunnen plaatsen. Steun voor zonnepanelen op zwakke daken is ook al opgenomen in de subsidieregeling SDE++.
Het PBL heeft op basis van de marktconsultatie geadviseerd soortgelijke steun ook aan de postcoderoossubsidie toe te voegen.
Eigen verbruik
Tot nu toe werd bij zonnepanelen op een kleinverbruikersaansluiting vereist dat 100 procent van de stroom aan het net geleverd wordt. Deze eis vervalt, omdat de salderingsregeling per 2027 wordt afgeschaft. Daardoor is niet langer sprake van dubbele stimulering wanneer projecten op een kleinverbruikersaansluiting zelf stroom gebruiken.
Er wordt echter geen subsidie verstrekt voor eigen verbruik, omdat volgens de minister met het eigen verbruik sprake is van hoge vermeden kosten. Daardoor resteert geen onrendabele top voor dit gedeelte van de productie. ‘Eigen verbruik heeft een gunstig effect op het energiesysteem en kan helpen om periodes met negatieve prijzen te verminderen en de impact van zonne-energie op netcongestie te beperken’, duidt Hermans.
3,7 tot 32,5 procent hoger
Tot slot worden onbalanskosten wegens Europese regelgeving niet langer vergoed in het correctiebedrag. Onbalanskosten zijn de kosten die door de netbeheerder in rekening worden gebracht als de productie afwijkt van de verwachting. In plaats daarvan neemt het PBL een schatting van de onbalanskosten in het basisbedrag op. De SCE-basisbedragen zijn omwille van de kosteneffectiviteit van de regeling begrensd op 0,15 euro per kilowattuur. Omdat de toevoeging van de onbalanskosten voor verschillende categorieën leidt tot een verdere overschrijding van dit bedrag, wordt de begrenzing verhoogd met de onbalanskosten naar 0,157 euro per kilowattuur. Zo wordt voorkomen dat projecten nadeel van deze wijziging ondervinden.
De basisbedragen die het PBL voor de SCE in 2026 adviseert, zijn tot 32,5 procent hoger dan vorig kalenderjaar.
|
Categorie |
Basisbedrag 2025 |
PBL-advies basisbedrag 2026 |
Verschil |
|
Zon-pv 15 tot 100 kilowattpiek (kleinverbruikersaansluiting, net 70 procent) |
12,7 eurocent per kilowattuur |
14,9 eurocent per kilowattuur |
+ 17,3 procent |
|
Zon-pv 15 tot 100 kilowattpiek op zwak dak (kleinverbruikersaansluiting, net 70 procent) |
- |
15,5 eurocent per kilowattuur |
Nieuwe categorie |
|
Zon-pv 15 kilowattpiek tot 1 megawattpiek (grootverbruikersaansluiting, net 50 procent) |
13,5 eurocent per kilowattuur |
14,0 eurocent per kilowattuur |
+ 3,7 procent |
|
Zon-pv 15 kilowattpiek tot 1 megawattpiek op zwak dak (grootverbruikersaansluiting, net 50 procent) |
- |
14,7 eurocent per kilowattuur |
Nieuwe categorie |
|
Zon-pv gebouwgebonden 1 tot 6 megawattpiek (grootverbruikersaansluiting, net 50 procent) |
9,7 eurocent per kilowattuur |
11,1 eurocent per kilowattuur |
+ 14,4 procent |
|
Zon-pv gebouwgebonden 1 tot 6 megawattpiek op zwak dak (grootverbruikersaansluiting, net 50 procent) |
- |
11,6 eurocent per kilowattuur |
Nieuwe categorie |
|
Zon-pv grondgebonden 1 tot 6 megawattpiek (grootverbruikersaansluiting, net 50 procent) |
8,0 eurocent per kilowattuur |
10,6 eurocent per kilowattuur |
+ 32,5 procent |
|
Zon-pv drijvend op water 1 tot 6 megawattpiek (grootverbruikersaansluiting, net 50 procent) |
9,3 eurocent per kilowattuur |
11,4 eurocent per kilowattuur |
+ 22,6 procent |
|
Zon-pv drijvend op water natuurinclusief 1 tot 6 megawattpiek (grootverbruikersaansluiting, net 50 procent) |
9,5 eurocent per kilowattuur |
11,7 eurocent per kilowattuur |
+ 23,6 procent |
Tweerichtingscontracten
Vanaf juli 2027 geldt verder de Europese verplichting om directe prijssteun in de vorm van tweerichtingscontracten te verstrekken voor projecten vanaf een bepaalde ondergrens. Om de SCE-regeling dan open te kunnen stellen, zal de regeling moeten worden vervangen door tweerichtingscontracten.
‘Om tweerichtingscontracten tijdig te kunnen inzetten voor nieuwe projecten voor zon-pv en wind op land en zee is een spoedige behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer van belang’, besluit Hermans.
De Solar & Storage Magazine Marktgids 2026 is verschenen. De jaarlijks terugkerende marktgids biedt een totaaloverzicht van de energieopslag- en zonne-energiemarkt en is een bijlage van de december 2025-editie van Solar & Storage Magazine. De marktgids kent dit jaar 14 rubrieken en bovendien zijn in samenwerking met een groot aantal bedrijven en organisaties de belangrijkste ontwikkelingen qua projecten, markt en technieken in kaart gebracht.