
In het eerste kwartaal van 2024 ging het nog om 46,8 procent.
Zon uitzondering
Ondanks een forse toename van de productie van zonne-energie van 40,9 terawattuur in het eerste kwartaal van 2024 naar 55 terawattuur in dezelfde periode van 2025, was dit niet voldoende om de daling in de opwekking van water- en windenergie te compenseren. De gecombineerde productie van deze 2 bronnen daalde van 260,5 terawattuur naar 218,5 terawattuur.
In 19 van de EU-lidstaten nam het aandeel hernieuwbare energiebronnen in de netto- elektriciteitsproductie af in het eerste kwartaal van 2025. Dit leidde tot aanzienlijke verschuivingen in de ranglijst van landen. De grootste dalingen werden geregistreerd in Griekenland (-12,4 procent), Litouwen (-12,0 procent) en Slowakije (-10,6 procent).
Denemarken koploper
Tussen de Europese landen bestaan grote verschillen. Denemarken had in het eerste kwartaal van 2025 het hoogste aandeel hernieuwbare energie in de netto-elektriciteitsproductie met 88,5 procent, gevolgd door Portugal (86,6 procent) en Kroatië (77,3 procent). De laagste percentages werden genoteerd in Tsjechië (13,4 procent), Malta (14,4 procent) en Slowakije (15,1 procent).
Het grootste deel van de elektriciteit uit hernieuwbare bronnen in het eerste kwartaal van 2025 werd opgewekt door windenergie (42,5 procent), waterkracht (29,2 procent) en zonne-energie (18,1 procent). Daarna volgden hernieuwbare brandstoffen (9,8 procent) en geothermische energie (0,5 procent).
De daling van het aandeel hernieuwbare energie in de Europese elektriciteitsproductie is opvallend, omdat de EU-landen streven naar een steeds groter aandeel duurzame energie. De cijfers tonen aan dat de afhankelijkheid van weersomstandigheden een belangrijke factor blijft bij de productie van hernieuwbare energie.
De maart 2026-editie van Solar & Storage Magazine is verschenen. Het tijdschrift bevat artikelen over de vakbeurs Solar Solutions Amsterdam, stekkerbatterijen, zonnepaneelbeleid bij woningcorporaties en onderhoud van zonnepanelen.