
De Europese Unie (EU) streeft ernaar om wereldleider in batterijen te worden en heeft 8 miljard euro aan overheidssteun beschikbaar gesteld om de batterijindustrie te ondersteunen. Volgens onderzoekers van de Europese Rekenkamer kunnen geopolitieke en economische factoren de uitbreiding van de productiecapaciteit echter vertragen.
Klimaatdoelstelling in gevaar
De onderzoekers stellen dat de EU achterop dreigt te raken in haar streven om wereldleider op het gebied van batterijen te worden, omdat de toegang tot grondstoffen een groot obstakel is en blijft. Bovendien heeft Europa last van de stijgende kosten en de sterke wereldwijde concurrentie. De inspanningen om de Europese productiecapaciteit van batterijen te verhogen, zouden daarom volgens de Europese Rekenkamer onvoldoende kunnen zijn om aan de toenemende vraag te voldoen. Dit kan zelfs betekenen dat Europa de klimaatdoelstelling van 0 emissie voor 2035 niet haalt.
Aardgasindustrie
‘De batterijindustrie van de EU mag niet in dezelfde afhankelijke positie terechtkomen als de aardgasindustrie; met andere woorden: de economische soevereiniteit van de EU staat op het spel’, aldus Annemie Turtelboom, het lid van de Europese Rekenkamer dat de audit leidde. ‘Ter voorbereiding op haar geplande stopzetting van de verkoop van nieuwe benzine- en dieselauto’s tegen 2035, zet de EU zwaar in op batterijen. Wat betreft de toegang tot grondstoffen, aantrekkelijkheid voor investeerders en kosten, bevindt de EU zich echter mogelijk in een zwakke positie.’
Tussen 2014 en 2020 ontving de batterijindustrie ten minste 1,7 miljard euro aan subsidies en leninggaranties. Dit bedrag kwam bovenop de staatssteun van maximaal 6 miljard euro die tussen 2019 en 2021 werd goedgekeurd, voornamelijk in Duitsland, Frankrijk en Italië. De auditors constateren echter dat de Europese Commissie geen overzicht heeft van alle overheidssteun voor de industrie, wat een goede coördinatie en doelgerichte aanpak in de weg staat.
Geen garantie
De Europese productiecapaciteit voor batterijen ontwikkelt zich weliswaar snel – met een verwachte potentiële groei van 44 gigawattuur in 2020 tot 1.200 gigawattuur in 2030 – maar er is volgens de auditors geen garantie dat deze prognose daadwerkelijk uitkomt. Bovendien kan de verwezenlijking ervan door geopolitieke en economische factoren worden belemmerd.
Ten eerste is het mogelijk dat batterijfabrikanten de EU links laten liggen ten gunste van andere regio’s, in het bijzonder de Verenigde Staten die de komst voor fabrikanten met de Inflation Reduction Act zeer aantrekkelijk maakt. Amerika subsidieert rechtstreeks de productie van mineralen en batterijen, evenals de aankoop van elektrische voertuigen die in de Verenigde Staten met Amerikaanse onderdelen zijn gemaakt.
|
Aanbevelingen De auditors die het rapport ‘Het industriebeleid van de EU inzake batterijen | Nieuwe strategische impuls nodig’ hebben opgesteld, doen de Europese Commissie de volgende aanbevelingen.
|
Grondstoffen
Ten tweede is de EU sterk afhankelijk van de invoer van grondstoffen, voornamelijk uit een aantal landen waarmee ze geen handelsovereenkomsten heeft: 87 procent van het ingevoerde ruwe lithium komt uit Australië, 80 procent van het ingevoerde mangaan uit Zuid-Afrika en Gabon, 68 procent van het ingevoerde ruwe kobalt uit de Democratische Republiek Congo en 40 procent van het ingevoerde ruwe natuurlijk grafiet uit China. Hoewel Europa verschillende mijnbouwreserves heeft, duurt het minstens 12 tot 16 jaar van de ontdekking tot de productie ervan, waardoor het onmogelijk is om snel te reageren op een toenemende vraag. De huidige contractuele regelingen waarborgen echter meestal de levering van grondstoffen voor slechts 2 tot 3 jaar aan productievooruitgang.
Ten derde kunnen stijgende grondstof- en energieprijzen het concurrentievermogen van de Europese batterijproductie aantasten. Eind 2020 waren de kosten van een batterijpack 200 euro per kilowattuur, wat meer dan het dubbele is van het geplande bedrag. Alleen al in de afgelopen 2 jaar is de prijs van nikkel met meer dan 70 procent gestegen en die van lithium met 870 procent.
Worstcasescenario’s
De auditors bekritiseren ook het gebrek aan gekwantificeerde, tijdgebonden doelstellingen. Verwacht wordt dat er tegen 2030 zo’n 30 miljoen emissievrije voertuigen op de Europese wegen zullen rijden, en vanaf 2035 zullen mogelijk bijna alle nieuw geregistreerde voertuigen op batterijen rijden. In haar huidige strategie gaat de EU echter niet na of de Europese batterijindustrie over genoeg capaciteit beschikt om aan deze vraag te voldoen.
De auditors waarschuwen daarom voor 2 potentiële worstcasescenario’s als de Europese productiecapaciteit voor batterijen niet groeit zoals verwacht. Het eerste scenario is dat de EU gedwongen zou kunnen worden om haar verbod op voertuigen met een verbrandingsmotor uit te stellen tot na 2035, waardoor ze haar doelstellingen voor CO2-neutraliteit niet zou halen. Het tweede scenario is dat de EU gedwongen zou kunnen worden zwaar in te zetten op batterijen en elektrische voertuigen van buiten de EU, ten koste van de Europese auto-industrie en de werknemers in die sector, om in 2035 een emissievrij wagenpark te hebben.
De mei 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Het tijdschrift kent artikelen over Intersolar Europe, dubbele energiebelasting bij thuisbatterijen, recycling van batterijen en het Nationaal EMS Programma.